IIIDonderdag 20 augustus 2020 Zodra ik de bank binnenloop, spreek ik mijn lieve collega aan. ‘Vito, sorry, maar ik moet je een grote dienst vragen.’ ‘Kan ik me voorstellen. Heeft het iets te maken met dat blondje van die ene keer?’ ‘Eigenlijk wel, maar hoe ...’ ‘Het was overduidelijk, je kunt het niet alleen en je hebt iemand nodig met ervaring.’ Ik wil het me niet voorstellen. ‘Maak je geen zorgen, ik trek me prima uit de slag.’ ‘Heb je ons professortje gezien?’ onderbreekt Marco ons. ‘Hij ziet er heel geleerd en ijverig uit, maar daaronder …’ ‘Shht, zwijg’, gebaart Vito. ‘Kun je ophouden met die insinuaties?’ ‘Het spijt me, professor, maar ik had de indruk dat u het over insinuaties had’, doet Vito er nog een schepje bovenop. ‘Ik wilde je gewoon een gunst vragen. Ik zou graag

