‘Francesco, hallo.’ Het is niet Chiara! Maar ik herken de stem wel. ‘Ik ben Stefania. Ken je me nog?’ ‘Hallo, maar … Wat doe je hier?’ ‘Moet ik hier op straat blijven staan of mag ik binnenkomen?’ ‘Natuurlijk, sorry, eerste verdieping, einde van de gang.’ Terwijl ik wacht op mijn speelkameraadje van vroeger, vraag ik me af wat ze in Siena doet, ze woont toch in Rome, al sinds ze die wedstrijd van de Banca d’Italia heeft gewonnen. ‘Hallo. Wat een verrassing!’ Ik nodig haar uit naar binnen. ‘Was je iets lekkers aan het koken?’ Ik trek mijn schort uit. ‘Nee, gewoon de keuken opruimen.’ Ze kijkt om zich heen en roept dan uit: ‘Is dit je huis?’ ‘Het is een beetje klein, maar ik woon hier graag.’ ‘Het is schattig. Het bed op de tussenverdieping geeft het geheel een gevoel van een pi

