VII-4

2007 Words

‘Welk vliegtuig?’ Chiara fronst haar wenkbrauwen. ‘Nemen we het vliegtuig niet van Falconara naar Split?’ ‘Nee, we gaan met de boot!’ ‘De boot? Dat duurt een eeuwigheid’, roept ze verbaasd uit. ‘De hele nacht. We vertrekken in de late namiddag en komen morgenvroeg aan.’ ‘Ik hoop maar dat je een kajuit gereserveerd hebt’, zegt ze. ‘Tuurlijk niet. Dat krijg je als je haast hebt.’ ‘Als ik in een stoel moet slapen, dan neem ik het vliegtuig. Ga jij maar met de boot, de sloep, de schuit, wat je maar wilt.’ Ik stel haar gerust: ‘Maak je geen zorgen, we gaan naar Ancona en regelen een kajuit.’ ‘We gaan morgen, toch?’ vraagt Chiara. ‘Ja, waarom?’ ‘Ik moet vanmiddag nog iets doen’, zegt ze. Ik ben verbaasd, ze is er nog maar en kent hier zeker niemand. ‘Met wie?’ ‘Niet zo jaloers’, z

Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD