Hoofdstuk 2 “Onverschrokken”-1

2112 Words
Hoofdstuk 2 “Onverschrokken” Kyoko was zich er niet van bewust dat de storm nu dichterbij kwam en voelde hoe de bries haar verwarmde huid verkoelde en verwelkomde deze met een zachte glimlach. Ze sloot haar smaragdgroene ogen en genoot van de eenzaamheid van de nacht voordat ze naar Sennin ging en zich bij de bewakers voegde die daar sliepen. Sennins dochter, Suki, was haar beste vriendin geworden aan deze kant van het tijdportaal en haar hut was waar de groep verbleef als ze niet door de gevaarlijke landen reisden op zoek naar de verbrijzelde fragmenten van het beschermend hartkristal. Suki was vanaf het begin bij hen, ook al was ze geen bewaker. Kyoko glimlachte en dacht aan Suki en de enige bewaker die nooit van de zijde van haar vriendin was geweken ... Shinbe. Hij was één van de vijf broers. Hij was ook een sukkel en had iets met Suki. Met nachtblauw haar en ogen van amethist was het alles wat Suki kon doen om zijn avances te blijven bestrijden. Haar glimlach werd breder en vroeg zich af hoe lang Suki het nog kon uithouden. Suki is misschien koppig, maar Kyoko wist hoe koppig een bewaker kon zijn als hij eenmaal iets in z’n hoofd had. Kyoko en de jongste bewaker, Kamui, kregen vaak lachbuien als Suki haar best deed om Shinbe in het gareel te houden zonder toe te geven dat ze hem leuk vond. Kamui had een geweldig gevoel voor humor en ze hield zielsveel van hem. De kleur van Kamui's ogen veranderden met zijn humeur, maar ze dacht dat niemand het opmerkte behalve zij. Als Kamui glimlachte, was het waar geluk en zeer besmettelijk. Maar diep van binnen voelde Kyoko iets meer ... iets dat hij voor iedereen verborgen hield ... zelfs voor zichzelf. Soms straalden Kamui's ogen van geheimen en kennis die ze niet eens kon bevatten. Voor iemand die zo zuiver van hart was, was het bijna alsof hij het gewicht van het hele universum op zijn schouders droeg. Het zorgde ervoor dat ze hem net zo graag wilde beschermen als hij haar, ook al was hij op geen enkele manier zwak. Kyoko schudde haar zorgen voor Kamui van zich af en bleef achter met Kotaro, de levendiger van de groep en Toya's zelfbedachte competitie. Bijna vanaf het begin had Kotaro Kyoko voor zichzelf opgeëist ... en vertelde de anderen constant dat ze zijn vrouw was. Dit zorgde altijd voor een woedende Toya, ongeacht de situatie. Ze wist dat Kotaro een grapje maakte, maar Toya nam hem altijd zo serieus. Met donker verwaait haar en ijsblauwe ogen was Kotaro een handvol. Hij noemde haar constant ‘zijn vrouw,’ hoe vaak ze het ook ontkende. Hij was een prins in zijn eigen territorium en bracht daar veel tijd door om het te beschermen tegen de demonen in zijn rijk. Meestal hoefde hij alleen maar met die helderblauwe ogen van hem naar haar te kijken en ze smolt. Hij wist aan welke touwtjes hij met haar moest trekken om bijna alles te krijgen wat hij maar wilde. Soms vroeg ze zich af of niet alle bewakers haar op de één of andere manier om hun kleine vingers hadden gewikkeld. De groep zag hem echter zelden. Haar gedachten keerden terug naar Kyou. ‘Kyou,’ huiverde Kyoko toen de naam haar lippen verliet. Hij mocht haar niet ... of wie dan ook, zo lijkt het. Hij gedroeg zich vaak meer als een vijand dan als een broer van Toya. Die twee gaven de woorden rivaliteit tussen broers een nieuwe betekenis. Van de vijf broers was Kyou absoluut de vreemde en degene die je koste wat kost moest vermijden. Hij was zelfs nog vijandiger dan het door demonen geteisterde land waarin hij leefde. Kyoko gaf haar verstrooide gedachten op, opende haar smaragdgroene ogen en gleed van de steen af, maar stopte ineens. Daar ... nog geen twintig meter van haar vandaan stond Kyou. Hij zag er bijna engelachtig uit, afgezien van de gevaarlijke uitdrukking in zijn gouden ogen. ‘Over de duivel gesproken,’ dacht ze bij zichzelf. De duisternis die hen omringde leek zijn lichaam te verlichten ... en gaf hem een spookachtig uiterlijk. Kyou's stilte was donderend. Hij zag eruit alsof hij iets overwoog en Kyoko had het gevoel dat ze het niet leuk zou vinden, wat het resultaat ook was. Kyou zag haar gezicht bleek worden door haar schrik en genoot van haar bedwelmende geur. Voor een keer ... zou ze bang voor hem moeten zijn. Ze zou ook bang moeten zijn voor de demonen die hij zojuist had vernietigd om haar te beschermen. Zijn ogen boorden zich in haar terwijl hij zich de gevaarlijke monsters herinnerde die hij zojuist had geëlimineerd. Als ze haar hadden geraakt ... De spieren in Kyou's kaak spanden zich boos bij de gedachte alleen al dat de klauwen van een demon haar zouden aanraken. Toch ... ze rende niet weg en schreeuwde ook niet. Zou ze schreeuwen als ze besefte dat Hyakuhei onderweg was? Een dergelijke onverschrokkenheid was niet in haar belang. Terwijl zijn gedachten verduisterden, zorgde haar gebrek aan angst er alleen maar voor dat hij nog meer ontvlamde ... het vuur aanwakkerde van de vreemde woede en passie die hij voelde voor de priesteres. Kyoko stond helemaal stil. Ze wist niet hoe ze zijn angstaanjagend blik moest zien. Ze was te bang om te bewegen en ze durfde geen geluid uit te brengen, wetende dat alles wat ze deed haar leven in gevaar kon brengen. Ze was er niet zo zeker van of hij haar had vergeven dat ze het bewakershartkristal terug in zijn rijk had gebracht. Ze voelde een koude rilling langzaam langs haar ruggengraat omhoog kruipen ... het stopte niet totdat het haar nek bereikte en zich van daaruit uitspreidde als ijzige waarschuwende vingers. Ze deed een stap achteruit voordat ze het besefte en hield zichzelf tegen om nog een stap achteruit te zetten. Ze wist dat dat als angst zou worden beschouwd en ze had op jonge leeftijd van haar grootvader geleerd om die angst te verbergen. De woorden van haar grootvader kwamen terug om haar te achtervolgen: ‘Als je angst toont, word je onmiddellijk een slachtoffer.’ Kyoko probeerde de sluipende sensatie te bestrijden en sloot even haar ogen. Maar toen ze ze weer opendeed, was Kyou nergens te bekennen, waardoor ze nog banger werd. Opnieuw achtervolgde de leer van haar grootvader haar: ‘Laat de vijand nooit uit je zicht of je zult de komende aanval niet zien.’ “Kyou?” Ze fluisterde zijn naam terwijl angst haar stem doorsneed. Ze voelde toen zijn hete adem in haar nek en hoorde hem diep en langzaam inademen alsof hij haar geur testte. Langzaam, met haar ogen wijd open, in afwachting van de dood, hield ze haar hoofd opzij en stopte alleen toen haar wang zijn zijdezachte wang raakte. Ze snakte naar adem en probeerde zich naar voren te werpen, maar voelde zijn arm om haar heen gaan als een stalen band, haar rug tegen hem aan slaand en de adem uit haar longen slaand. Kyoko's plotselinge angst maakte het moeilijker voor haar om weer op adem te komen. Ze besloot dat ze nu wist wat een paniekaanval eigenlijk was en vroeg zich af of ze zou gaan hyperventileren. Dit was de enige persoon die ze meer vreesde dan Hyakuhei, hoewel ze dat feitje voor zichzelf had gehouden. Ze was nog nooit binnen handbereik van hem geweest ... dat vond ze beslist beter. Haar geur omringde hem nu en bedwelmde hem. Hij kon haar onaangetaste geur ruiken, vermengd met angst, die sterker en zwaarder werd naarmate hij haar langer tegen zich aan hield. Eindelijk ... ze toonde de angst die hij eiste, maar toch schreeuwde ze niet. Haar eerste fout was die kleine stap geweest die ze van hem had genomen. Alleen al dat simpele gebaar had zijn beschermbloed verhit op manieren die hij al heel lang niet meer had gevoeld. De oogleden van zijn gouden ogen sloten zich even terwijl beelden voor hem flitsten die te snel voor hem flitsten om te ontcijferen, terwijl hij zich het spookachtige geluid van haar schreeuwende stem voorstelde ... of uit angst of iets anders was moeilijk te zeggen. Hij wist alleen dat hij het niet wilde horen. Of ... misschien moest hij dat geluid horen om zich te ontdoen van de betovering die ze hem had opgelegd. Iets zei hem dat het er op de één of andere manier niet toe zou doen. Diep in zijn bewakershart wist Kyou dat hij haar wilde en hij was niet iemand die geweigerd kon worden. Een langzame, gevaarlijke glimlach sierde zijn lippen toen ze tegen hem begon te vechten. Hij greep snel één van haar polsen in een lichte greep terwijl ze een ruk gaf. Kyou streelde haar nek en haalde toen diep adem toen ze tegen hem aan wreef in een poging zichzelf te bevrijden. “Je moedigt me aan,” gromde hij laag in zijn keel en streek met zijn lippen over het delicate vlees van haar nek. Zijn verhitte bloed daagde hem uit om haar als zijn eigendom te claimen. Kyoko kon de rillingen niet onderdrukken die het gevoel van zijn lippen haar gaf. Probeerde hij haar te verleiden of zou hij haar toch vermoorden? Ze stopte met worstelen en bleef doodstil staan, nog steeds niet zeker of ze het geluid van wat hij zojuist had gezegd leuk vond en ze wilde hem niet kwaad maken. Iets vertelde haar dat hij haar alleen maar bang wilde maken. ‘Slimme meid,’ dacht Kyou bij zichzelf, maar toch schreeuwde ze niet en hij raakte haar aan ... wat vreemd. Zijn armen ontspanden zich in een zachtere greep terwijl ze nieuwsgierig over haar schouder naar hem opkeek, haar angst begon te verdwijnen. Kyou wierp zijn eerste blik op haar smaragdgroene ogen en de reactie deed hem schrikken. Ze keek naar hem alsof hij een man was ... geen bewaker. Haar onvermogen om de juiste angst voor hem te tonen was verwarrend en dat alleen al maakte hem boos. Haar gebrek aan angst had haar vanavond in de eerste plaats in gevaar gebracht. Het was ook de reden waarom Hyakuhei nu naar haar op weg was, denkend dat hij haar midden in de nacht kon stelen. Zelfs op deze grote afstand ... kon hij de kwaadaardige bedoelingen van zijn oom voelen. Met zijn gehoor zo gevoelig als het was, kon hij bijna de streling van de wind tegen zijn ebbenhouten veren horen. Dit was iets voor haar om bang voor te zijn ... onder andere. Angst ... dat zou hij haar kunnen leren. Hij zou haar de realiteit van zijn wereld leren en haar laten zien waarom ze die nooit had mogen betreden. De Guardian, zijn broers ... haar beschermers ... ze waren er nu niet om haar te redden. Hij zou haar op verschillende manieren de ware betekenis van angst leren. Zijn gouden ogen straalden goddeloos in het afnemende maanlicht toen er een idee in hem opkwam. Kyou betaste haar lichaam en liet de palm van zijn hand langzaam naar beneden glijden in een strelende beweging totdat hij tegen haar dij aan de onderkant van haar rok rustte. Vervolgens schoof hij het omhoog en ging onder de losse rok. Hij voelde de hitte van haar zachte huid komen die de palm van zijn hand verbrandde. Haar hele lichaam huiverde bij de lichte aanraking toen ze zich uit zijn greep probeerde te wringen. Door de beweging pakte hij haar steviger vast. Hij schoof zijn andere hand over haar ribbenkast om haar alleen de les te leren om alleen en zonder bescherming te worden betrapt, zodat ze wijs genoeg zou zijn om het niet nog een keer te doen. Opnieuw was zijn instinct sterker dan zijn wil toen iets in haar hem riep ... waardoor hij naar haar verlangde. Kyou voelde de hitte van haar uitgaan en zijn hooggeboren bloed roerde zich gevaarlijk buiten zijn controle. Hij raakte in de war en wilde haar plotseling niet meer laten gaan. Hij zou nooit weten of de waarschuwing voor hem of haar was. Kyou bracht zijn lippen dichter bij haar oor en ademde één woord uit. “Rennen.” In Kyoko's geest maakte angst plaats voor paniek toen zijn armen losser werden. Ze kon heel gehoorzaam zijn als de tijd rijp was en nu was die tijd. Ze schoot naar voren zonder na te denken, behalve om te ontsnappen. Haar geest schreeuwde herhaaldelijk Toya's naam, maar er kwam geen geluid over haar lippen. Elk geluid dat ze zou hebben gemaakt, leek vast te zitten in haar keel, waardoor het alleen in haar eigen oren weergalmde.
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD