Inleiding
InleidingDe twaalfde planeet, Nibiru (de planeet van transitie) zoals de Soemeriërs hem noemden, of Marduk (de koning van de hemelen) zoals hij door de Babyloniërs werd genoemd, is in feite een hemellichaam dat in een baan van 3.600 jaar om onze zon draait. Zijn baan is behoorlijk elliptisch, retrograde (draait rond de zon in de tegenovergestelde richting van de andere planeten) en is duidelijk gekanteld ten opzichte van het vlak van ons zonnestelsel.
Elke cyclische benadering heeft in ons zonnestelsel bijna altijd enorme interplanetaire omwentelingen veroorzaakt, zowel in de banen als in de structuur van de planeten waaruit het zonnestelsel bestaat. Tijdens een van zijn tumultueuzere transities werd Tiamat, de majestueuze planeet tussen Mars en Jupiter met een massa van ongeveer negen keer die van de huidige aarde, rijk aan water en gezegend met elf satellieten, in een catastrofale botsing vernietigd. Een van de zeven manen in een baan rond Nibiru botste tegen de gigantische Tiamat, waardoor de planeet in tweeën splitste en de twee delen in tegengestelde banen werden gekatapulteerd. In de volgende transitie (de ‘tweede dag’ in Genesis) voltooiden de resterende satellieten van Nibiru dit proces, waarbij een van de twee delen gevormd bij de eerste botsing, volledig werd vernietigd. Het puin dat door meerdere inslagen werd gegenereerd, creëerde wat we nu als de ‘asteroïdengordel’ kennen, of de ‘gehamerde armband’ zoals de Soemeriërs de gordel noemden. Het puin werd door de naburige planeten gedeeltelijk opgeslokt. Vooral Jupiter ving het meeste puin op, waardoor haar massa merkbaar toenam.
De satellietartefacten van deze ramp, inclusief die welke de botsing met Tiamat overleefden, werden meestal ‘afgeschoten’ naar buitenste banen en vormden wat wij nu als ‘kometen’ kennen. Het deel dat de tweede transitie overleefde, bevindt zich vandaag in een stabiele baan tussen Mars en Venus. Het nam de laatste overgebleven satelliet mee en vormde wat wij nu de Aarde noemen, samen met haar onafscheidelijke metgezel, de Maan.
Het litteken van die kosmische inslag, die ongeveer 4 miljard jaar geleden plaatsvond, is vandaag nog gedeeltelijk zichtbaar. Het beschadigde deel van de planeet is nu volledig bedekt met water en noemen we vandaag de Stille Oceaan. Deze beslaat ongeveer een derde van het aardoppervlak en strekt zich uit over 179 miljoen vierkante kilometer. In dit immense gebied is er vrijwel geen landmassa. In plaats daarvan is er een grote depressie die reikt tot een diepte van meer dan tien kilometer.
Op het gebied van structuur lijkt Nibiru momenteel veel op de Aarde. Twee derde van het oppervlak is bedekt met water, terwijl de rest wordt ingenomen door één continent dat zich uitstrekt van noord naar zuid, met een totale oppervlakte van meer dan 100 miljoen vierkante kilometer. Al honderdduizenden jaren benutten sommige Nibiru-bewoners de nabijheid van hun planeet ten opzichte van de onze; zij brengen regelmatig een bezoek en beïnvloeden telkens de cultuur, de kennis, de technologie en de evolutie van het menselijk ras. Onze voorouders hebben op vele manieren naar hen verwezen, maar misschien is ‘goden’ altijd de naam geweest, die hen het beste omschrijft.