I-3

2336 Words
‘Ik zeg het toch, het was de eerste keer dat we samen uitgingen. Maar hij zag het al voor zich dat we zouden gaan samenwonen. Maar ieder zou zijn eigen kosten betalen: eerst met ons salaris, daarna met ons pensioen.’ – En heb je je pensioenbijdrage aan hem gestort? Nee, dit was niet de Chiara Rigoni die ik zocht. Terwijl ik aan die vreemde kennismaking zat te denken, kreeg ik nog een berichtje van Obscura alba: Kom je nog? Vraag of je naar de kamer van Patrizia Salvatori kan komen. – Die van de sekte gebruiken nooit hun echte naam. Als ze voor ieder nieuw seizoen geen schuilnaam hebben, voelen ze zich niet op hun gemak. Eerlijk gezegd weet ik zelfs niet of Chiara haar echte naam is. Ik weet nog steeds niet wat ze wil. In elk geval is dit geen romantisch afspraakje, ook al omdat ze heeft gezegd dat ze me aan iemand wil voorstellen. De deur van het hotel zit dicht, dus ik bel aan. Niemand doet open. Ik bel nog een keer aan, nu iets langer. De deur blijft dicht. Misschien stuurt Apollo, de beschermheilige van diegenen die op het punt staan een stommiteit te begaan, mij wel een teken vanaf de Olympus. Ik kijk naar binnen, helemaal donker, dus stuur ik een bericht naar Chiara: Ik sta beneden voor het hotel, maar het is gesloten. Ze antwoordt meteen: Geef de toegangscode in op het toetsenbord links naast de deur: 1337. En kom dan naar de tweede verdieping, kamer 40. Ik duw de deur open en loop de trap op. Ik sta nog maar boven en het licht gaat al uit. Ik doe het weer aan en zoek de camera: aan het einde van de gang. Halverwege de gang gaat het licht weer uit. Ik draai me om, doe het weer aan en ren naar de deur, klop erop, misschien een beetje te hard. Chiara laat haar gezicht zien. ‘Kom binnen en maak niet zoveel lawaai!’ ‘Waarom zou ik geen lawaai maken?’ zeg ik met opzet luid. Ze draagt een strakke broek en een blauw topje, ook aansluitend: ik staar haar betoverd aan en merk het niet meteen op … Tot plots, een luide kreet van een kind. ‘Zo, dank je wel.’ Ze loopt naar een bedje toe waarin een jongetje heerlijk lag te slapen. Hij moet een jaar zijn, hij is mollig en heeft een grote bos blonde krullen. Chiara neemt hem in haar armen. ‘Ik wilde hem aan je voorstellen.’ Ze loopt hen en weer en streelt over zijn buikje. Ik blijf als verlamd in de deuropening van de kamer staan. ‘Is dat …’ ‘Ja, mijn zoon.’ Zo heb ik Chiara nog nooit gezien. Met mij was ze altijd afstandelijk: de weinige keren dat ze me nader kwam, trok ze zich meteen weer terug. Maar met hem is ze een en al aandacht: ze kust hem op zijn voorhoofd, knuffelt hem, wiegt hem liefdevol. ‘Geef je mij dat eens?’ ‘Wat?’ ‘Zijn flesje, op tafel!’ De schrijftafel in de kamer is omgebouwd tot luiertafel met alles om te verschonen, eten te geven en te spelen. Ik geef haar de fles alsof het om een ding gaat dat van een andere planeet komt. ‘Eerst moet je het opwarmen.’ Ik ben net zo vertrouwd met een boreling als met een Formule 1-auto. Ik zou me zelfs meer op mijn gemak voelen aan het stuur van zo’n bolide dan met een baby in de armen. En alsof ze mijn gedachten kan lezen, duwt ze haar baby in mijn armen. ‘Hou jij hem even vast, dan zorg ik wel voor de fles.’ ‘Maar als ik hem laat vallen?’ ‘Dat doe je niet! Ga maar op bed zitten.’ Eender welke complexe yogahouding zou ik nog makkelijker vinden dan wat ik allemaal uithaal om met dat waardvolle hoopje in mijn armen te gaan zitten. Op de een of andere manier lukt het me, maar het kleintje begint te huilen. Gelukkig komt de fles er al aan. En dan volgen een reeks boeren. – Op welke leeftijd is zoiets moois als een boertje onbeleefd geworden? En dan vallen zijn oogjes eindelijk dicht, zijn hoofdje op de borst van zijn mama, en valt hij in slaap. Chiara legt hem voorzichtig weer in zijn bedje en gaat op de rand zitten, ik op de andere kant. ‘Hoe heet hij?’ vraag ik ‘Vittorio.’ ‘En zijn echte naam?’ ‘Dit is de naam die ik bij de burgerlijke stand heb geregistreerd. Tijdens de zuiveringsrite waarmee we hem “gedoopt” hebben bij de Golden Dawn, heeft hij een andere naam gekregen. Kun je niet raden dewelke?’ Ik ben zo van mijn stuk gebracht door de aanwezigheid van een kind dat ik er helemaal niet aan denk raadseltjes op te lossen. ‘Giuliano. Giuliano is de naam die de allerhoogste godheid voor hem heeft gekozen.’ ‘En wie is de vader van Vittorio … Giuliano?’ Ze schudt haar hoofd zonder een woord te zeggen. ‘Wil je me dat niet zeggen?’ dring ik aan. ‘Ik denk dat je er niet blij mee zult zijn.’ ‘Vast een lid van je heidense sekte. Hij is vast verwekt tijdens een ecliptische nacht in een Egyptische tempel.’ ‘Nee, het was een daad van liefde.’ Dat substantief op haar lippen galmt in mijn oren. Liefde: een woord dat ik haar nog nooit heb horen uitspreken. ‘Ik wil het liever niet weten.’ Maar nu wil ze het me absoluut zeggen: ‘Nee, je moet het weten.’ ‘Geloof me: ik heb liever de twijfel.’ ‘Het was een geschenk van bovenaf. Op mijn leeftijd had ik nooit gedacht dat ik nog …’ Chiara zwijgt plots, kijkt naar het kleintje en onthult dan eindelijk: ‘Giuliano is een emanatie van zijne heiligheid.’ Ik weet niet wat te zeggen, ik had nooit gedacht dat … ‘Vertel me nu niet dat jij, met die …’ ‘Tot zijn plotse overlijden was hij een gids voor mij, een vader en … een partner.’ Ik laat me op het bed vallen en staar naar het plafond. Dan draai ik me om en kijk naar het slapende kind met de blik van iemand die een buitenaards wezen ziet. Ik hoop voor hem dat hij op zijn moeder lijkt. Er gaan enkele seconden voorbij, het lijken wel uren. Chiara’s blik gaat heen en weer tussen de baby, mij en haar smartphone op het nachtkastje: er komen de hele tijd meldingen binnen. Ik hoef niets meer te weten. Ik ben ontgoocheld. Het is trouwens algemeen bekend: in heel wat sekten is er een spiritueel leider die onder andere de vrije liefde predikt, wat zich vervolgens vertaalt in de vrijheid voor de goeroe om met alle vrouwen die hem trouw volgen, te paren.’ – Ze zal wel gedwongen zijn door de sekte, dat lijkt me de enige logische verklaring. ‘Je zult wel gedwongen zijn’, herhaal ik, luidop deze keer. ‘Wat zeg je?’ vraagt ze kwaad en benadrukt dan: ‘Niemand heeft hier iemand gedwongen.’ Het voelt alsof ik mijn nagels over een spiegel kras. ‘Ik bedoelde eigenlijk, je zult wel gedwongen zijn om te vluchten na de dood van de …’ ‘Ik ben hier uit vrije wil gekomen. Waarom, waarom … Omdat ik je nodig heb.’ – Hoe vaak heb ik niet gewild dat ze dat zou zeggen. Maar er is geen erger moment dan dit – denk ik mistroostig. ‘Wat moet ik doen? Inbreken in een Zwitserse bank of de Mona Lisa stelen?’ ‘Ik wil niet tegen je liegen: ik spreek in naam van de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad.’ – Wat heb ik te maken met die fanatiekeling en haar sekte? Giuliano wordt wakker, doet zijn groene oogjes open en glimlacht naar me. Misschien ga ik kleintjes nog wel leuk vinden. Een paar seconden maar en hij begint weer onbedaarlijk te huilen. Chiara legt het uit: ‘Als hij zo doet, heeft hij honger of heeft hij een vieze luier of iets anders.’ ‘Misschien kan ik maar beter gaan.’ ‘Nee, wacht! Ik ververs hem en dan kunnen we verder praten.’ ‘We bespreken het morgen wel.’ Ik sta op van het bed. Chiara geeft me een kus op mijn wang en fluistert in mijn oor: ‘Daar reken ik op.’ Wanneer ik door de deur van het hotel naar buiten loop, kruis ik een voorname man, witte broek, linnen hemd, ook wit. Ik ga opzij om hem door te laten en loop dan naar huis. ‘Heb je er nog een keer over nagedacht?’ roept Chiara uit terwijl ze de deur van haar kamer blij opentrekt. ‘Verwachtte u iemand anders?’ antwoordt de gedistingeerde man. Het meisje probeert de deur dicht te doen, maar de onbekende is sterker en raakt toch binnen. Ze neemt Giuliano in haar armen en gaat in een hoekje zitten. ‘Niet bang zijn’, zegt de man langzaam. Dan steekt hij een hand uit: ‘Ik ben Costantino.’ Chiara wil alleen maar haar baby beschermen en drukt zijn gezichtje tegen haar borst. ‘Wat wilt u van mij?’ ‘Praten, alleen maar praten’, antwoordt de man met bestudeerde kalmte. ‘Ga weg of ik bel de politie’, dreigt ze. ‘Daarmee?’ vraagt de onbekende en neemt het mobieltje dat ze op het nachtkastje heeft laten liggen. ‘Dan roep ik wel.’ ‘Lukt niet. Het hotel is half leeg en tegen dat iemand u hoort …’ De rest van de zin maakt hij niet af. ‘Wat wilt u?’ vraagt Chiara zonder hem aan te kijken. Ze kijkt alleen nog naar de baby in haar armen die ondanks de drukte in slaap is gevallen, raar maar waar. ‘Rustig nu. We gaan zitten, dan leg ik het uit.’ De man neemt de stoel die bij de schrijftafel staat en draait hem om. Chiara gaat op het kussen zitten. Giuliano legt ze op het andere en legt een dekentje vol beertjes over hem heen. ‘Weet u wie ik vertegenwoordig?’ De man haalt een zakje uit zijn iPad-houder en opent het. ‘Mag ik roken?’ Zonder op het antwoord te wachten doet hij wat tabak uit het zakje in een pijp. ‘Nee’, antwoordt Chiara stellig. ‘Toen ik naar boven kwam, zag ik dat er niemand bij de receptie zat, niemand zal het dus ooit te weten komen.’ ‘Ja, maar het mag niet.’ Ze kijkt hem aan en wijst dan met een zwaai naar de baby, waarna ze Giuliano voorzichtig streelt. Costantino kan zijn teleurstelling nauwelijks verbergen wanneer hij de pijp en de tabak weer wegstopt. Vervolgens komt hij op minder dan een meter afstand bij haar staan. ‘Ik ben Ridder van het Grootkruis van Rechtvaardigheid van de Heilige Constantijnse Militaire Orde van San Giorgio.’ ‘Welke orde is dat?’ Chiara weet het antwoord al, maar doet alsof ze verrast is. ‘Keizer Constantijn in hoogsteigen persoon vertrouwde driehonderd ridders de opdracht toe om het christelijke geloof te verdedigen. Ik ben een van de hoogste leden van deze ridderorde uit de vierde eeuw.’ ‘En die bestaat nog?’ ‘Ze is nog sterker dan ooit. Ze is erkend door de Italiaanse staat en wordt geleid door het koninklijk huis van Bourbon, de troonpretendent van de beide Siciliën.’ ‘Het koninkrijk der Beide Siciliën bestaat absoluut niet meer.’ Costantino kijkt het meisje strak aan. ‘De realiteit is anders dan wat er in de geschiedenisboeken staat.’ Chiara gaat op het bed zitten, zo ver mogelijk van de onbekende weg. ‘Ik ben hier op rechtstreeks bevel van de Constantijnse Grootmeester van de Heilige Orde.’ ‘Wat wilt u van mij?’ ‘Dat weet u heel goed, houd me niet voor de gek.’ Chiara denkt lang na voor ze antwoordt. ‘Ik heb het niet.’ De man loopt om het bed heen en buigt naar voren, zijn gezicht dicht bij dat van Giuliano. ‘Slaapt hij?’ ‘Laat mijn zoon met rust, anders …’ Costantino gaat weer voor hen beiden zitten. ‘Ik weet dat u het niet heeft, anders zou ik het al in handen gehad hebben.’ Chiara kijkt om zich heen, op zoek naar een vluchtweg, maar dan zou ze over de man heen moeten klimmen om bij de deur te komen en dat ook nog eens met haar zoontje in haar armen. ‘Meneer Costantino, ik herhaal het nog een keer, ik heb het niet.’ ‘Ja, juffrouw Chiara, maar ik weet dat u het zoekt’, dringt de man aan. ‘Hoe weet u hoe ik heet?’ ‘Ik weet alles over u, meer nog, ik zou zelfs zeggen dat we intussen vertrouwelijk met elkaar omgaan en elkaar kunnen tutoyeren.’ Hij komt wat dichter bij haar en fluistert in haar oor. ‘Ik weet wie je bent, ik weet van je geliefde baas en van zijn onderzoek.’ Chiara trekt zich terug. ‘Dat waren gewoon hypothesen van een oude man, hij heeft niets gevonden.’ Costantino zwaait met een blad. ‘En dit dan?’ Chiara zwijgt. Costantino staat op en zwaait met het blad heen en weer voor het gezicht van het meisje. ‘Weet je wat dit is?’ Zijn toon wordt dreigend: ‘Ik vraag het je nog een keer. Weet je wat dit is?’ Chiara knikt uiteindelijk. ‘Dat zijn de aantekeningen die de oude man die avond bij zich had. Ik veronderstel dat je er lang naar hebt gezocht.’ ‘Die avond met de ambulance, de politie, de broeders in paniek, nee, ik had geen tijd …’ Hij valt haar in de rede. ‘De volgende dag heb je elke hoek van het huis doorzocht, maar het was te laat. Met al dat heen- en weergeloop was het makkelijk om binnen te raken: ze lagen in de badkamer, hoe vreemd.’ ‘Als u zijn aantekeningen heeft, wat wilt u dan van mij?’ De man verstopt de handgeschreven tekst op het blad, behalve de letters rechts bovenaan.
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD