bc

Het Buitenaardse Huis - Een Verhaal Over Liefde, Hoop En Buitenaardse Hulp

book_age16+
detail_authorizedAUTHORIZED
0
FOLLOW
1K
READ
mystery
office/work place
like
intro-logo
Blurb

Michael heeft twaalf jaar in Thailand en twee jaar in Spanje gewoond met zijn Thaise vrouw, maar is er niet in geslaagd een verblijfsvergunning voor haar te krijgen voor het VK. Ze werd teruggestuurd naar Thailand en hij verhuisde weer naar zijn geboortestad Barry in Zuid-Wales om te proberen haar van daaruit te laten overkomen. De kans is erg klein en hij raakt steeds radelozer; hij slaapt zelfs op het strand om geld te sparen. Om eerlijk te zijn, hij begint gek te worden door de zorgen en de eenzaamheid. Hij wil zelfs zijn familie niet om hulp vragen omdat hij het gevoel heeft dat ze hem verstoten hebben, maar klopt dat wel? Op een dag komt hij per toeval in contact met vier mensen die zijn leven voor altijd zullen veranderen, maar wie zijn ze en waar komen ze vandaag? Zijn alter ego, Ralph, insinueert bizarre verhalen, maar zouden die waar kunnen zijn? Het buitenaardse huis is een fictief verhaal, maar de problemen die erin aan bod komen, zijn de harde realiteit voor duizenden koppels.

chap-preview
Free preview
1 HET BUITENAARDSE COMPLOT
1 HET BUITENAARDSE COMPLOTHet was een warme zomerochtend en te heet voor de oude man om nog langer op het strand te liggen. Hij ging rechtop zitten, wreef in zijn ogen en keek in de spiegelapp op zijn tablet. Door zijn gerimpelde gezicht en zijn samengeknepen ogen zag hij er ouder uit dan de tweeënzestig die hij was. Zijn dunne, grijze haar, dat ooit bruin was, stond overeind als een wc-borstel en hij had een weekendbaard. Een gekreukt hemd met korte mouwen, een bermuda tot op de knieën en oude, maar ooit dure sandalen vervolledigden het deprimerende beeld van de man die ooit goed verzorgd was, maar zichzelf nu verwaarloosde. In zichzelf mompelend liep hij tot bij het water, plensde wat fris water uit het Kanaal van Bristol op zijn gezicht om wakker te worden en keerde dan terug naar zijn plekje dat hij met zijn handdoek afgebakend had. Het strand was al halfvol met jonge gezinnen en er kwamen er steeds meer bij. Hij droogde zijn gezicht af, maakte zijn haar nat en kamde het, stopte zijn weinige spullen in zijn tas en sjokte dan naar de straat. Hij had weer rugpijn en zijn voeten waren wat gezwollen en rood door ze te lang aan de zon bloot te stellen terwijl hij sliep. ‘Dwaze, oude drommel, Michael! Kijk nu toch wat je gedaan hebt!’ zei hij tegen zichzelf, maar niet hardop. Hij praatte tegenwoordig vaak tegen zichzelf, misschien had hij dat altijd al gedaan - hij nam de moeite niet het zich te herinneren - maar hij was wel dankbaar dat hij nog niet in de fase aanbeland was waarin hij zijn gedachten hardop verwoordde. ‘Op jouw leeftijd zou je toch moeten weten dat je er rekening mee moet houden dat schaduw zich verplaatst…’ ‘Het was mijn schuld niet… het was door de ontvoering door aliens… de gammastralen op mijn voeten toen de Grijzen me ontvoerden…’ repliceerde hij. Het getoeter van een auto deed hem beseffen dat hij in het midden van de drukke Beach Road stond. Hij stak zijn hand op en glimlachte verontschuldigend terwijl hij naar de veiligheid van het trottoir aan de overkant schuifelde. ‘Dat is het!’ riep hij zacht uit en dan dacht hij: Ik lag in bed met mijn beeldschone vrouw toen er aliens binnenkwamen door de muur die haar begonnen weg te dragen. Nee, neem haar niet mee, neem mij in de plaats! smeekte ik en geloof me of niet, dat deden ze… en zo komt het dat mijn voeten nu verbrand zijn en mijn rug pijn doet. Gammastraling op mijn voeten en een slecht geplaatst implantaat tussen twee van mijn onderste ruggenwervels. Hij stond buiten bij een koffiebar en wilde een koffie om helemaal wakker te worden. ‘Zoveel betaal ik niet voor een koffie!’ zei hij hardop terwijl hij op zijn horloge keek. ‘Ik ga de stad in en zal daar wel een koffie drinken. Het strand zal nog minstens vijf uur te heet en te druk zijn voor mij.’ Dus schuifelde hij verder; zijn rugpijn trok langzaam weg dankzij de beweging, maar in zijn voeten voelde hij zijn hart nog kloppen. ‘Ik zal dankzij de drukte tenminste het risico niet meer lopen ontvoerd te worden’, mijmerde hij terwijl hij in de andere richting liep van de mensenstroom naar de zee. ‘Ik ben veilig voor nog minstens een tweetal kilometer… minstens een uur… en dan verschans ik me wel in Joe’s Greasy Spoon. Daar zullen ze me wel niet komen zoeken!’ ‘Wat vertel je nu weer, slome, oude dwaas? Ze kunnen je opsporen met het RFID-implantaat in je rug!’ zei Ralph, zijn alter ego. ‘Oh, ja… Ah, maar doordat ze het op de verkeerde plaats ingeplant hebben, hebben mijn ruggenwervels het verbrijzeld en vernietigd; het werkt dus niet meer!’ ‘Oké, dat kan… als je gelooft dat wezens die intelligent genoeg zijn om het universum door te reizen, een implantaat verkeerd zouden inbrengen…’ ‘Tja, het zijn ook maar mensen…’ ‘Je hebt net gezegd dat het aliens zijn!’ ‘Ja, ik weet het… maar ik heb niet gezegd dat ze onfeilbaar zijn!’ ‘Nee, dat klopt. Vertel eens, hoeveel zijn er verloren gelopen toen ze naar de aarde kwamen?’ ‘Ik weet het niet… ze konden het niet meer navertellen… ze zijn tegen de zon gecrasht’, gniffelde hij bij zichzelf. ‘Och, ik geef het op. Met jou kan ik geen fatsoenlijk gesprek voeren!’ zei zijn alter ego. ‘Dat geldt omgekeerd ook’, antwoordde hij en toen zag hij een vrouw met een bezorgde blik op hem afkomen die hem van kop tot teen opnam. ‘Goedemorgen, mevrouw!’ zei hij tegen haar. ‘Vergeet niet voldoende zonnecrème factor X te smeren, de zon schijnt erg fel vandaag.’ Ze tuitte haar lippen, keek de andere kant op en liep hem snel voorbij in het gedacht dat hij een dronkenlap was. ‘Tja’, bromde hij, ‘je kan verdomme niet iedereen tevredenstellen, dus kan je evengoed alleen jezelf tevredenstellen.’ Toen hij de High Street inliep, waar de Greasy Spoon was, gaf een vrolijke, kleine studentachtige vrouw hem een glanzende folder. ‘Steun de handelaars van de High Street!’ zei ze met een ingeoefende glimlach en draaide zich dan om hetzelfde te zeggen tegen een andere voorbijganger. Hij wilde de folder weigeren, maar wilde weer de moeite niet doen, dus stapte hij de koffiebar binnen en legde hem op het tafeltje bij het raam waar hij gewoonlijk zat met de bedoeling hem daar te laten liggen zodat Joe hem weg zou gooien nadat hij vertrokken was. ‘Goeiemorgen, Michael, mijn beste! Klaar om noten te kraken met je kont, vriendje? Hetzelfde als gewoonlijk? De vipbrunch?’ zei de lange, knappe man van een jaar of zestig achter de toonbank. Hij droeg een hoge koksmuts, een wit vest en een lange, witte schort over zijn short en flipflops en had een lugubere glimlach om zijn grote, triest uitziende mond. Zijn ogen glinsterden grijs en je kon er zijn scherp gevoel voor humor in zien. ‘Ja, graag, Joe. En mijn kont is oké voor het ogenblik, dank je, maar ik weet niet hoe hij eraan toe zal zijn na zo’n verrukkelijk ontbijt van je. Ik zie dat je het vreselijk druk hebt nu, maar zou je dit willen opladen voor me?’ Hij gaf Joe een tablet van zeven bij vijf inch. ‘Oké… dat had ik nog nodig… Ik probeerde gewoon vriendelijk te zijn! Er zit altijd een grappenmaker tussen, is het niet? Enfin, ik heb een achterstand, het zal ongeveer een kwartier duren’, kreunde hij en hij nam de tablet aan en liep weg. Michael liet zijn blik nadrukkelijk over het koffiehuis gaan, maar wist toch al dat er maar een andere klant was. Ze maakten elke morgen dezelfde soort grapjes, maar ze waren luchtig en ze wisten allebei dat ze er niets mee bedoelden. Michael pakte de folder beet en bladerde erin; hij was blij dat hij iets omhanden had om de tijd mee te verdrijven. Zijn blik viel op een artikel over een plaatselijke makelaar en hoewel hij er tot nu toe nooit enige aandacht aan had geschonken, passeerde hij zijn kantoor bijna elke dag op weg naar Joe’s. Op de foto stond de eigenaar met zijn personeel. Ze glimlachten allemaal. ‘Het kan ook niet anders, hé’, dacht hij. ‘Geen enkele baas zou het toestaan dat zijn personeel er nors uitzag in een glanzende reclamefolder.’ Hij bestudeerde hun gezicht en vond dat ze er best oprecht uitzagen, ondanks zijn logica. ‘Het zouden aliens kunnen zijn die een menselijke vorm aangenomen hebben… het zou een buitenpost van aliens kunnen zijn… er moet een reden zijn waarom ze allemaal glimlachen… er is verder geen ziel in de buurt.’ ‘Een vipbrunch voor de ellendige, oude drommel aan het tafeltje bij het raam!’ riep hij uit terwijl hij alles neerzette. ‘Een broodje met spek; extra toast; koffie en een glas water met een ijsblokje. Precies zoals meneer het graag heeft. Had u anders nog iets gewenst?’ ‘Ja, wat minder sarcasme’, ‘Ja, meneer, het spijt me, meneer. Morgen, minder sarcasme voor meneer. Is dat genoteerd, Mary?’ schreeuwde hij in de richting van de keuken, ook al was daar niemand, want Joe baatte het koffiehuis helemaal alleen uit. Michael keek hoe Joe weer achter de toonbank ging staan, nipte van het water en nam zijn broodje vast. ‘Joe zou ook een alien kunnen zijn… een die de hele stad laxeermiddelen geeft zodat ze geen weerstand zouden bieden als de invasie kwam.’ Hij glimlachte breed bij zichzelf toen hij daaraan dacht, maar Joe begreep het verkeerd. ‘Dat is het, hé? Ik zag toch een glimlach op je gezicht, tenzij je net een scheet liet.’ Nu moest Joe lachen. ‘Het is erg lekker, Joe. Van hoog niveau zoals we van je gewoon zijn.’ ‘We doen ons best, dat weet je toch, Mike. En vergeet niet: als je het lekker vond, vertel het dan door, indien niet, hou dan je verdomde smoel!’ Hij lachte weer en Michael glimlachte weer om die oude grap. En zo ging de tijd voorbij en het hielp om de dagen te verdrijven die nooit leken te eindigen. Hij knikte een groet naar de andere klant en schudde dan zijn hoofd. ‘Die ouwe Joe is me er eentje, hé. Het wordt erger iedere keer dat ik hier binnenkom.’ Om heel eerlijk te zijn, praatte Michael meer tegen Joe en hoorde meer van hem tijdens het uur dat Michael daar elke morgen doorbracht dan hij deed tegen alle andere mensen die hij tegenkwam in de loop van de dag… en soms, veel te vaak eigenlijk, was er helemaal niemand anders die ook maar een woord tegen hem zei. Het zat hem soms dwars, maar alleen omdat hij dacht dat het zo hoorde. Meestal beviel het hem prima om tegen zichzelf te praten en verhalen te verzinnen in zijn hoofd. Veel van zijn vroegere vrienden hadden dat niet begrepen en dat was de reden waarom hij dacht dat het hem af en toe moest zorgen baren. Toen hij zijn ontbijt zo lang als aanvaardbaar was, gerokken had, wachtte Joe ook een poos en begon dan af te ruimen. ‘Wil je nog een koffie, Mikey? Van het huis natuurlijk, en nog een glas water met ijs?’ Hij deed dat af en toe als hij dacht dat Michael er nood aan had. ‘Ja, graag, Joe. Dat is erg vriendelijk van je’, antwoordde hij. Joe bracht hem de drankjes en zette ze neer. ‘De koffie is gratis, twee pond voor het water, oké?’ ‘Ja, ik zal het zeker aan je nalaten in mijn testament’, repliceerde hij. ‘Hé, Joe, voor je snel verder werkt, wie is die kerel in dit artikel… de makelaar?’ ‘Oh, eh, meneer Parker… Roger Parker. Hij komt hier niet veel, maar hij zegt altijd goeiedag als ik hem op straat zie. Hij lijkt best een geschikte vent.’ ‘Ja, hij ziet er zo uit ook… Roger Parker… dat klinkt als iets dat de kerel met de tafeltennisbats op een vliegdekschip zou zeggen tegen een arriverende piloot: ‘Roger, parkeer. Over’, dacht hij en zei hardop: ‘Een buitenlander…’ ‘Nee, tenminste, dat denk ik niet, Mike. Hij heeft alleszins een Brits accent… hoewel dat tegenwoordig niets meer betekent. Sommige buitenlanders spreken beter Engels dan wij, vind je niet? Jij zou het verschil wel horen, veronderstel ik, jij hebt toch veel tijd in het buitenland doorgebracht, hé? Daar heb je die chique gewoonte van water bij je koffie te drinken, opgepikt. Waarom doe je er niet gewoon melk bij zoals ieder ander?’ Ja, die gewoonte heb ik in het buitenland opgepikt. Ik vind het ideaal omdat ik graag zwarte koffie drink, maar ik krijg er maagpijn van als ik er geen water na drink. Het is volstrekt logisch.’ ‘Dat zal wel, maar je moet je integreren, hé. Dat wordt toch gezegd.’ ‘Elk zijn smaak, Joe. Zorg maar dat jij geen maagzweer kweekt.’ ‘Oh, doe maar wat je wil. Ik ben gemakkelijk, dat weet je wel. Nee, hoor, mij kan het niet schelen. Doe maar wat je graag doet.’ ‘Dank je, Joe, dat is erg aardig van je.’ ‘Mij maakt het niet uit, makker’, zei hij en ging dan verder met ingebeeld stof van het fornuis en de toog vegen zoals hij gewoonlijk deed om de tijd te verdrijven. Michael overliep het artikel en bestudeerde de foto nog eens; daarna telde hij het geld dat hij verschuldigd was en kwam langzaam overeind. ‘Eh, is het oké als ik naar het toilet ga, Joe?’ ‘Ja, hoor, je weet waar het is.’ Joe ging de tablet van Michael halen, legde hem op de tafel en nam het geld mee. Toen Michael terugkeerde, nam hij de tablet beet en stopte hem in Michaels hand. ‘Vergeet je afstandsbediening niet. Hij is weer helemaal opgeladen nu.’ ‘Bedankt, Joe’, zei hij en schuifelde in de richting van de deur. ‘Tot morgen, veronderstel ik.’ ‘Ik zal er zijn. Bedankt, Mike, zorg voor jezelf.’ ‘Dáág’, antwoordde hij en hij stapte naar buiten en kneep zijn ogen tot spleetjes tegen de zon. Hij had geen welomlijnde plannen voor de rest van de dag. Normaal gezien gebruikte hij de tijd bij Joe om na te denken over wat hij zou doen, maar hij had deze keer zitten lezen over vreemdelingen. Alsof hij ooit nog een makelaar nodig zou hebben op zijn leeftijd, dacht hij. Zijn gebruikelijke opties waren terugkeren naar het strand, als het niet te heet was of niet regende, of naar de bibliotheek, de koffiebar of het café waar hij kon lezen en op het internet kon surfen. Hij had geen telefoon, maar hij kon Skype en f*******: gebruiken om te praten met de enkele mensen die om hem gaven. Hij liep een paar passen terug in de richting vanwaar hij gekomen was en leunde tegen de muur. Zijn voeten zouden hem niet toelaten om de drie kilometer naar de bibliotheek te stappen, vandaag toch niet. Hij overwoog zich op de parking van het café te installeren en van hun wifi te profiteren. Hij wilde het weinige geld dat hij bezat niet uitgeven aan alcohol of nog meer koffie zo vroeg in de morgen. Hij hield dat graag bij voor noodgevallen, bijvoorbeeld wanneer het weer guur was. Michael beschouwde zichzelf als een van nature gelukkig mens. Daarbij geloofde hij in karma en aanvaardde dus gewoon wat hem overkwam als zijn lot, maar soms leek het toch niet eerlijk. Hij wankelde naar voor en voorkwam dat hij viel door zijn handpalmen bovenop de auto te leggen die naast hem geparkeerd stond. Er begonnen onmiddellijk sirenes te loeien. Hij keek over het dak van de grote, zwarte auto en recht in het gezicht van de mensen op de foto die hij net had zitten bestuderen. Ze hadden zich verzameld voor het raam van het kantoor en een man stak zijn hand uit naar iets dat een meisje hem aanreikte. Hij aanvaardde het toestel en wees ermee naar Michael. ‘Een straalwapen!’ Het woord flitste door zijn hoofd net voor het alarm stilviel en de kantoordeur openging. ‘Is alles o…?’ vroeg de man toen het alarm weer afging. Michael begreep het, stopte met op de auto te leunen en de man vuurde opnieuw met het straalwapen. De sirenes vielen stil net op het moment dat de man bij hem was. ‘Is alles oké, meneer? Het leek of je bijna viel.’ ‘Ja, het is oké, dank je. Ik heb mijn voeten vanmorgen verbrand… gammastralen…’ mompelde hij terwijl hij keek naar de sleutelhanger in de hand van de man, ‘ik bedoel, ik ging in de schaduw slapen, maar toen kwam de zon op en verbrandde mijn blote voeten… eh, op het strand. Ik had gezwommen… een ochtendlijk zwempartijtje.’ ‘Oké’, zei de man en hij zag er bezorgd uit. ‘Laat me je naar mijn kantoor helpen en een van de meisjes zal een lekker kopje thee zetten.’ Hij legde zijn hand op de rug van Michael en leidde hem de straat over en zijn kantoor binnen waar een meisje de deur openhield. Ze glimlachte naar Michael terwijl hij passeerde en de man vroeg haar om thee te zetten. ‘Ga hier maar zitten en kom wat op adem. Mijn naam is Roger, Roger Parker’, zei hij met een brede glimlach en stak zijn hand uit. ‘Fijn je te ontmoeten, Roger. Bedankt voor je hulp. Mijn naam is Michael, Michael Jones. Het spijt me van je auto. Ik hoop dat ik hem niet beschadigd heb. Ik had recht op mijn gezicht kunnen vallen als hij daar niet gestaan had.’ ‘Nee, er zal wel geen schade zijn. Het alarm is erg gevoelig. Te gevoelig, denk ik, soms. Ah, hier komt Joy met de thee. Dank je, Joy’, glimlachte hij, ‘zet hem hier maar neer, ik zal wel schenken. Hoe wil je je thee, Michael? Melk en suiker?’ ‘Geen suiker, dank je, Roger.’ ‘Wil je er een geutje in van iets anders… iets sterkers?’ ‘Oh, dat is erg vriendelijk van je. Een klein beetje medicinale whisky of cognac zou niet mis zijn’, antwoordde hij en keek op zijn horloge. ‘Ja, waarom niet? Het is al een flink stuk in de namiddag.’ ‘Ik heb hier excellente Martell, als je wil.’ Michael knikte. Hij had in jaren geen Martell meer gedronken. Ze toostten en monsterden elkaar terwijl ze elkaar een goede gezondheid wensten en een slokje namen. ‘Godendrank…’ kirde Michael. ‘Dat mag je wel zeggen!’ was Roger het met hem eens. Michael had het gevoel dat hij - mocht hij wat meer geluk gehad hebben in het leven - meer op Roger geleken zou hebben. Ze waren van dezelfde leeftijd en even groot, maar Roger was elegant met zijn dure, lichtgrijze pak en netjes gekapte, grijze haar. ‘Gezondheid!’ toostte Roger nog eens ‘Ad fundum!’ antwoordde Michael en dan dronken ze hun glas leeg. Michael stelde zich voor dat hij in een buitenaardse val liep, maar besloot er toch maar in mee te gaan - hij had niets te verliezen.

editor-pick
Dreame-Editor's pick

bc

Claimed by the Biker Giant

read
210.2K
bc

The Rejected Mate

read
1.2M
bc

Holiday Hockey Tale: The Icebreaker's Impasse

read
628.6K
bc

Daddy Alpha, I’m In Heat

read
222.4K
bc

Just One Kiss, before divorcing me

read
2.0M
bc

He's an Alpha: She doesn't Care

read
341.6K
bc

Not just, the Beta

read
204.3K

Scan code to download app

download_iosApp Store
google icon
Google Play
Facebook