Ruimteschip Theos

997 Words
Ruimteschip TheosDe laatste uren was Elisa overspoeld door zoveel informatie dat ze zich voelde als een klein meisje dat te veel kersen had gegeten. Deze twee vreemde maar beminnelijke personages, die plotseling uit het niets waren verschenen, hadden zeer snel vele ‘historische zekerheden’ ondermijnd, die zij en de rest van de mensheid altijd zo goed als vanzelfsprekend hadden beschouwd. Gebeurtenissen, wetenschappelijke ontdekkingen, geloofsovertuigingen, culten, godsdiensten en zelfs de menselijke evolutie, stonden op het punt om volledig op de kop te worden gezet. Het nieuws van de ontdekking dat wezens van een andere planeet de ontwikkeling van de mensheid vanaf haar allereerste dagen zo kundig hadden gemanipuleerd en geleid, zou op de samenleving eenzelfde effect hebben als de onthulling dat de aarde rond was en niet plat. Azakis en Petri, zijn trouwe vriend en reisgezel, stonden roerloos in het midden van de commandobrug. Hun ogen probeerden Elisa te volgen die, met de handen in haar grote broekzakken, zenuwachtig door de kamer ijsbeerde terwijl ze onverstaanbare woorden mompelde. Jack daarentegen zat onderuitgezakt in een leunstoel en probeerde zijn hoofd, dat plotseling ongelooflijk zwaar leek, met zijn handen te ondersteunen. Maar het was Jack die, na een paar eindeloze minuten van stilte, besloot om het heft in handen te nemen. Hij stond abrupt op en zei met ferme stem tegen de twee buitenaardsen: ‘Als jullie ons voor deze taak hebben uitgekozen, moet daar een reden voor zijn. Ik kan alleen maar zeggen dat jullie niet teleurgesteld zullen worden.’ Toen keek hij Azakis recht in de ogen en vroeg resoluut: ‘Kun je met dat kleine beetje tovenarij van je’, en hij wees naar het virtuele beeld van de aarde dat nog steeds in het midden van de kamer langzaam ronddraaide, ‘ons een simulatie laten zien van de nadering van jullie planeet?’ ‘Met genoegen’, antwoordde Azakis onmiddellijk. Hij haalde alle berekeningen van de Ouderen op via zijn N^COM-implantaat en toverde daar, recht voor hun neus, een grafische voorstelling tevoorschijn. ‘Dit is Nibiru’, zei hij wijzend naar de grootste planeet. ‘En dit zijn de satellieten waar we het over hadden.’ Zeven, aanzienlijk kleinere hemellichamen, draaiden rond de majestueuze planeet op zeer verschillende afstanden en snelheden ten opzichte van elkaar. Azakis legde zijn wijsvinger op het hemellichaam dat het verste weg ronddraaide en vergrootte het tot het bijna zo groot was als hijzelf. Toen zei hij heel plechtig: ‘Dames en heren, sta mij toe u Kodon voor te stellen. Deze imposante rotsachtige massa heeft besloten jullie geliefde planeet een hoop problemen te bezorgen.’ ‘Maar hoe groot is hij dan?’ vroeg Elisa geïntrigeerd, terwijl ze de bobbelige donkergrijze bol bekeek. ‘Laten we zeggen dat hij qua grootte iets kleiner is dan jullie maan, maar dat zijn massa bijna het dubbele is.’ Azakis maakte een snel gebaar met zijn hand en het hele zonnestelsel verscheen, met de planeten langzaam bewegend in hun respectievelijke banen, die werden weergegeven door dunne, verschillend gekleurde lijnen. ‘Dit’, vervolgde Azakis, wijzend op een donkerrode lijn ‘is de baan die Nibiru zal volgen in zijn nadering tot de zon.’ Toen versnelde hij de beweging van de planeet tot deze dicht bij de aarde was en voegde eraan toe ‘en dit is het punt waar de banen van de twee planeten elkaar zullen kruisen.’ De twee aardbewoners keken met verbazing, maar ook met grote aandacht naar de uitleg die Azakis hen gaf over de gebeurtenis die, in slechts enkele dagen tijd, hun leven en dat van alle andere bewoners op de planeet zou verstoren. ‘Hoe dicht zal Nibiru bij ons komen?’ vroeg de kolonel rustig. ‘Zoals ik al eerder zei’, antwoordde Azakis ‘zal Nibiru jullie niet buitensporig lastig vallen. Het is Kodon die de aarde bijna zal raken en voor heel wat problemen zal zorgen.’ Hij bracht het beeld wat dichterbij en toonde een simulatie van de satelliet wanneer deze op zijn dichtste punt bij de aardse baan zou zijn. ‘Dit zal het moment zijn van de maximale zwaartekracht tussen de twee hemellichamen. Kodon zal slechts 200.000 kilometer van jullie planeet verwijderd zijn.’ ‘Verdorie!’ riep Elisa uit. ‘Dat is zo goed als niets.’ ‘De laatste keer’, antwoordde Azakis ‘precies twee cyclussen geleden, ging hij op ongeveer 500.000 kilometer afstand voorbij en we weten allemaal wat hij toen heeft aangericht.’ ‘Ja, de beroemde Grote Zondvloed.’ Met zijn handen in elkaar op de rug stond Jack langzaam heen en weer te wiegen, eerst op de tenen en dan op zijn hielen. Plots verbrak hij op zeer ernstige toon de stilte en zei: ‘Ik ben zeker niet een van de grootste deskundigen op dit gebied, maar ik ben bang dat geen enkele aardse technologie in staat is om iets tegen zo'n gebeurtenis te doen.’ ‘Misschien kunnen we er raketten met kernkoppen op af sturen’, waagde Elisa. ‘Dat gebeurt alleen in sciencefiction films’, antwoordde Jack lachend. ‘En trouwens, ervan uitgaande dat we dat soort vectoren op Kodon zouden kunnen laten landen, lopen we het risico de satelliet in duizenden stukken te verbrijzelen, wat een dodelijke regen van meteorieten zou veroorzaken. Dat zou echt het einde van alles betekenen.’ ‘Neem me niet kwalijk’, zei Elisa tegen de twee buitenaardsen. ‘Maar hebben jullie niet eerder gezegd dat jullie ons in ruil voor ons 'zeer kostbare' plastic zouden helpen om deze absurde situatie op te lossen? Ik hoop dat jullie echt goede ideeën hebben om ons uit deze toestand te helpen, anders is het afgelopen met ons.’ Petri, die rustig aan de zijlijn had gestaan, glimlachte lichtjes en deed een stap in de richting van het driedimensionale scenario dat in het midden van de brug was afgebeeld. Met een snelle beweging van zijn rechterhand toverde hij een soort zilverkleurige donut tevoorschijn. Hij wees er met zijn wijsvinger naar en bewoog het tot het zich precies tussen de aarde en Kodon bevond. Toen zei hij: ‘Dit zou de oplossing kunnen zijn.’
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD