Hoofdstuk 11-2

1992 Words

Nijdig en gefrustreerd draaide Tabatha zich om en liep terug naar de winkel. Ze stopte toen ze een kleine jongen zag staan die net in de monding van een steeg stond te huilen. Hij keek rond en had de top van zijn duim in zijn mond gestopt. "Gaat het?" Vroeg Tabatha terwijl ze zich voor hem op één knie liet zakken. "Mijn moeder," fluisterde de jongen tranen. "Ik kan mijn moeder niet vinden." Tabatha legde een hand op zijn schouder en wreef zachtjes. "Waar is ze heen gegaan?" De jongen schudde zijn hoofd: "Ik weet het niet, ze zei me om hier te wachten en dan naar links. Ben jij de politie?” Tabatha fronste en keek toen naar beneden, beseffend dat ze nog steeds haar ranger-uniform droeg. "Niet precies," antwoordde Tabatha. "Maar ik kan er een paar bellen." “Maar wat als mama terugkomt

Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD