Chapter 1
David
Mijn moeder vroeg om bosbessen te plukken. In de zomer waren deze op zijn best. Dus het was juli de perfecte tijd om ze te vinden. Ik zou het beste zoeken. Op zoek naar de stervormige bladeren van de Amerikaanse bosbes. Ik hoorde verschillende geluiden om me heen: het grazen van een hert in de verte, de vogels die hoog in de bomen zweven en de vos die ik zachtjes in een cent hoorde bewegen. Mijn neus registreerde ook de geuren van de dieren en ik rook de bosbessen in de verte. Ik kon nog niet in een wolf veranderen. Maar ik kon mijn versterkte zintuigen al gebruiken. Plots rook ik een man. Ik luisterde goed. Aan de andere kant van de beek die door het bos stroomde, zag ik een vrouw.Ze hadden zwart haar dat deel uitmaakte van een capuchon en daarom zag ik haar gezicht niet goed. De jas met de hoes die ze onder ogen moest zien was blauw. Ze had ook een mand bij zich. Gelukkig had ze me nog niet gezien. Ik verstop me achter een struik en keek hoe ze de mand op het water gezet. De mand begon op de stroom te drijven. De vrouw liep weg en er bleef een enge stilte in het bos. Plots hoorde ik huilen. Dat kwam uit de mand. Ik ging achter. Verder en verder stroomafwaarts begon de baby nog harder te huilen. Ik rende erachter. Zwemmen was toegelaten. Het was niet diep genoeg en te gevaarlijk om te verdrinken.In de verte hoorde ik een waterval naderen en de stroom daar werd wilder. Plots hoorde ik het wilde water aankomen. Ik hoopte dat de mand aan de kust zou blijven voor de omvangrijke waterval. Het kwam steeds dichterbij en verwonderde toen wonder bij wonder dat de mand aan de kust bleef hangen. Ik rende er zo snel als ik kon en wenste dat de mand nog niet zou worden meegesleept. Ik nam de mand en wilde dat moment net van de bank loslaten. Maar ik was net op tijd. Ik keek in de mand. Er zat een kind in, ze had een roze ballerina-jurk en ook bijpassende schoenen. Ze was gevolgd een jaar oud. Ze hadden een mooi gezicht en kuiltjes in haar wangen en ze hadden de zwarte stijve haren van haar moeder."Mijn moeder zou deze baby toch niet aan haar veel overlaten?" Ik vroeg me af. Het was al donker dus ik moest opschieten. Anders werd ze bezorgd.
Ik rende zo snel dat ik naar huis kon gaan met de mand in mijn hand. Aan de rand van het bos zag ik mijn moeder voor de achterdeur van het huis staan. Met een angstige blik en langzame ogen. "Waar was je? Doe dit nooit meer David!" Toen liet ik de mand zien. 'Wat krijgen we nu een baby! Je ging bessen plukken! "Riep verontwaardigd tegen mijn moeder. Ze keek me slecht aan. 'Waar komt dit kind vandaan!' Ik vertelde haar hoe een vrouw een mand op het water zette en dat ik haar gezicht niet kon zien en dat ik haar er niet aan herkende. Ik vertelde je dat ik niet durfde te bellen en uiteindelijk was de mand vol. Dat het ondertussen donker werd en toen ik de baby uit het water keek, was het een magisch moment. Toen kwam de vraag die ik wilde stellen: 'Houden we het kind?'