Ruimteschip Theos –
De evacuatie‘Verlaat het schip!’, riep Azakis wanhopig.
Het dwingende bevel van de kapitein verspreidde zich gelijktijdig over alle niveaus van de Theos. Na een korte aarzeling volgden de weinige bemanningsleden automatisch de evacuatieprocedure, die ze zo vaak tijdens noodoefeningen hadden gesimuleerd.
‘Tachtig seconden tot zelfvernietiging’, kondigde de warme, kalme vrouwenstem van het centrale systeem weer aan.
‘Kom op, Zak!’, riep Petri. ‘We hebben niet veel tijd meer, we moeten hier weg.’
‘Maar kunnen we niets doen om de reeks te onderbreken?’, antwoordde Azakis ongelovig.
‘Helaas niet, kerel. Denk je niet dat ik het anders al gedaan had?’
‘Maar dat kan gewoon niet,’ zei de kapitein terwijl zijn metgezel in alle avonturen hem aan de arm meesleurde in de richting van interne communicatiemodule nummer drie.
‘Wel, eigenlijk zouden we kunnen proberen de procedure handmatig te onderbreken, maar dat zou minstens dertig minuten duren en we hebben nog maar ongeveer een minuut.’
‘Wacht, stop!’, riep Azakis uit en hij rukte zich los uit de sterke greep van zijn vriend. ‘We kunnen het hier niet laten exploderen. De energiegolf die de explosie genereert zal de aarde binnen enkele minuten bereiken. Het blootgestelde oppervlak van de planeet zal getroffen worden door een gigantische schokgolf die alles in zijn doorgang zal vernietigen.’
‘Ik heb de Theos al op afstand bediend vanuit de shuttle. We verplaatsen hem zodra we aan boord zijn, als je nu maar opschiet’, schold Petri terwijl hij opnieuw de arm van zijn vriend greep en hem met geweld in de richting van de module sleepte.
‘Zestig seconden tot zelfvernietiging.’
‘Maar waar wil je het naartoe verplaatsen?’, ging Azakis verder toen op de brug van de shuttle op niveau 6, de deur van interne communicatiemodule openging. ‘Een minuut is niet genoeg om voldoende afstand te bereiken om...’
‘Wil je alsjeblieft ophouden met kletsen?’, onderbrak Petri hem. ‘Hou je mond en ga daar zitten. Ik handel dit nu af.’
Zonder verder commentaar volgde Azakis het bevel op en ging zitten in de grijze leunstoel aan de zijkant van de centrale console. Zoals hij al tientallen keren eerder had gedaan, in even gevaarlijke situaties, besloot hij volledig te vertrouwen op de vaardigheid en ervaring van zijn metgezel. Terwijl Petri koortsachtig rommelde met een reeks driedimensionale manoeuvrehologrammen, dacht hij eraan het resultaat van de evacuatie van de rest van de bemanning te controleren en tegelijkertijd contact op te nemen met de individuele piloten. Binnen een paar seconden bevestigden ze allemaal dat hun shuttles succesvol waren losgemaakt van het moederruimteschip. Ze bewogen zich snel weg. De kapitein slaakte een grote zucht van verlichting en richtte toen zijn aandacht weer op de vaardige manoeuvres van zijn vriend.
‘Dertig seconden tot zelfvernietiging.’
‘We zijn eruit!’, riep Petri. ‘Nu verplaats ik de Theos.’
‘Wat kan ik doen om je te helpen?’
‘Niets, maak je geen zorgen. Je bent in goede handen’, en hij gaf hem een knipoog met zijn rechteroog, zoals zijn aardse vrienden hem hadden geleerd. ‘Ik positioneer het schip achter de maan. Van daaruit kan het geen schade veroorzaken.’
‘Cho’, riep Azakis uit, ‘daar had ik niet aan gedacht.’
‘Daarom ben ik er toch?’
‘De explosiegolf zal breken op de satelliet die al zijn energie zal absorberen. Je bent een fenomeen, mijn vriend.’
‘En het zal zeker geen schade aanrichten op de maan’, vervolgde Petri. ‘Er is daar niets anders dan rotsen en kraters.’
‘Tien seconden tot vernietiging.’
‘Bijna klaar...’, zei Petri zwakjes.
‘Drie... Twee... Eén...’
‘Klaar! De Theos is in positie.’
Precies op dat moment, op de decimale coördinaten breedtegraad 24.446471 en lengtegraad 152.171308 op het verborgen oppervlak van de maan, wat overeenkomt met wat aardbewoners de Komarov-krater noemen, was er een vreemde tellurische beweging. Op het kale, ruwe oppervlak van de krater opende zich een grote, diepe spleet met ongelooflijk perfecte randen, alsof er plotseling een enorm onzichtbaar mes in was gestoken. Onmiddellijk daarna schoot een vreemd eivormig object met een onwaarschijnlijke snelheid naar buiten, alsof het rechtstreeks uit de krater was geschoten en de ruimte in ging, met een hellende baan van ongeveer dertig graden ten opzichte van de loodlijn. Het object bleef slechts enkele seconden zichtbaar voordat het voorgoed verdween in een flits van blauwachtig licht.
In de shuttle gaf de elliptische opening uitzicht op de ruimte erbuiten. Een verblindende flits verlichtte de zwarte, koude buitenruimte en overspoelde de binnenkant van de shuttle met een bijna onwerkelijk licht.
‘Mijn vriend, wat zeg je ervan dat we maken dat we wegkomen?’, stelde Azakis bezorgd voor, terwijl hij toekeek hoe de energiegolf zich uitbreidde en hun positie snel naderde.
‘Volg me’, riep Petri in de communicator naar de piloten van de andere shuttles. Zonder er verder iets aan toe te voegen, manoeuvreerde hij zijn voertuig en bracht het snel in beweging om te schuilen achter de kant van de maan die altijd naar de aarde is gericht. ‘Hou je vast’, voegde hij eraan toe, terwijl hij de armleuningen van de commandostoel waar hij op zat stevig vastgreep.
Ze wachtten in absolute stilte, terwijl eindeloze seconden verstreken, hun blikken gericht op het centrale display, in de hoop dat de plotselinge beweging van de Theos een ramp op aarde had weten af te wenden.
‘De energiegolf verspreidt zich in de ruimte’, zei Petri rustig. Toen pauzeerde hij even. Nadat hij een hele reeks onbegrijpelijke berichten had gecontroleerd die waren verschenen in de hologrammen voor hem, voegde hij eraan toe: ‘en de maan heeft het deel dat op de planeet gericht was, perfect geabsorbeerd.’
‘Wel, ik zou zeggen dat je het echt uitstekend gedaan hebt, kerel’, zei Azakis toen hij weer begon te ademen.
‘Het enige dat echt geleden heeft, is de arme maan. Die heeft een flinke slag gekregen.’
‘Bedenk wat er gebeurd zou zijn als de golf op aarde was aangekomen.’
‘Het zou de halve planeet hebben opgebrand.’
‘Zijn jullie allemaal in orde?’, haastte Azakis zich om via de communicator aan alle andere piloten te vragen, die in navolging van Petri's manoeuvres ook hun shuttles in de beschutting van de satelliet hadden geplaatst. Er kwamen achtereenvolgens geruststellende antwoorden terug en nadat ook de laatste kapitein had bevestigd dat zowel de bemanning als zijn voertuig in perfecte staat waren, leunde hij achterover tegen de rugleuning van zijn stoel en blies hij alle lucht uit zijn longen.
‘Dat is goed verlopen’, merkte Petri tevreden op.
‘Ja, maar wat doen we nu? De Theos bestaat niet meer. Hoe komen we weer thuis?’