Shuttle zes – MaaninspectieNadat de onzichtbare hand van angst rond zijn maag eindelijk was verdwenen en hem met rust had gelaten, begon Azakis op de brug van de shuttle nerveus cirkeltjes te lopen terwijl hij onverstaanbare zinnen mompelde.
‘Wil je ophouden met rondjes draaien als een tol?’, schold Petri hem uit. ‘Je verslijt de vloer en zo dadelijk in de ruimte ronddrijven als twee oude, afgedankte satellieten.’
‘Maar hoe kun je zo kalm zijn? De Theos is vernietigd, we zijn miljoenen kilometers van onze eigen planeet verwijderd, we kunnen met niemand contact opnemen en zelfs als we zouden slagen, is het onmogelijk dat iemand ons komt halen. En wat doe jij? Je ligt daar onderuitgezakt in je leunstoel alsof je op vakantie bent, zittend op de klif aan de Golf van Saraan genietend van het uitzicht bij zonsondergang.’
‘Kalmeer ouwe jongen, kalmeer. We vinden wel een oplossing, je zult het zien.’
‘Op dit moment kan ik er absoluut geen bedenken.’
‘Waarom ben je zo van streek? Het zijn de gammagolven die je arme vermoeide hersenen uitzenden, die je verhinderen om helder te redeneren.’
‘Denk je dat?’
‘Natuurlijk’, antwoordde Petri met een heerlijke glimlach van oor tot oor. ‘Kom naast me zitten, haal diep adem en probeer je te ontspannen. Je zult zien dat alles binnenkort heel anders zal lijken.’
‘Misschien heb je wel gelijk, mijn vriend’, zei Azakis terwijl hij zich, op advies van zijn metgezel, zwaar in de grijze leunstoel van de tweede piloot liet vallen, ‘maar op dit moment kan ik alles doen behalve ontspannen.’
‘Als je belooft te kalmeren, laat ik je zelfs een van die vieze, stinkende dingen roken die je altijd bij je draagt.’
‘Wel, eigenlijk is dat een goed idee. Ik weet zeker dat het me een beetje zal helpen.’ Meteen haalde hij een lange donkere met de hand gerolde sigaar uit zijn zak, stopte hem in zijn mond, na de uiteinden met een vreemd veelkleurig apparaat te hebben afgeknipt, en stak hem aan. Hij inhaleerde snel enkele trekjes en liet kleine blauwachtige rookwolken de kamer binnenstromen. Met een licht gesis werd het automatische luchtzuiveringssysteem van de shuttle geactiveerd. Binnen enkele ogenblikken verdween de rook en daarmee ook de doordringende zoetige geur.
‘Maar, op deze manier is er geen plezier,’ riep Azakis uit die al in een veel betere stemming was. ‘Ik was vergeten hoe efficiënt onze zuiveringssystemen zijn.’
‘Jij hebt ze ontworpen,’ antwoordde Petri. ‘Ze konden niet anders.’
De spanning leek langzaam weg te ebben.
‘Laten we de situatie bekijken,’ stelde Azakis voor terwijl hij, met zijn sigaar nog tussen de lippen, een reeks hologrammen inschakelde die zich in de lucht rondom de twee aliens opstelden. ‘We hebben vier operationele shuttles, inclusief de onze. De Theos-2 is nu geland op Nibiru en beide zijn buiten het bereik van het optische vortex-communicatiesysteem.’ Hij pufte nog een paar rookwolkjes uit en vervolgde: ‘De voorraad stuwstof en voedsel is negenennegentig procent.’
‘Goed gedaan, ik zie dat je de situatie weer onder controle hebt. Ga door’, drong Petri tevreden aan.
‘Alle overige zes leden van de bemanning zijn in perfecte conditie. Schilden en apparatuur staan op maximale efficiëntie. Het enige probleem is dat we geen H^COM meer hebben om contact op te nemen met de Ouderen en de situatie te rapporteren.’
‘En daar heb je het mis’, riep Petri uit.
‘Wat bedoel je?’
‘Ik bedoel dat er nog één werkende H^COM is.’
‘Maar de enige die we hadden, is vernietigd met het ruimteschip.’
‘En degene die we bij de aardbewoners achterlieten dan?’
‘Je hebt gelijk. Daar had ik niet aan gedacht. We moeten teruggaan en zorgen dat ze het aan ons geven.’
‘Kalmeer ouwe jongen, kalmeer. Daar hebben we nog tijd voor. Eerst zou ik op de maan gaan kijken of we iets kunnen terugvinden van ons mooie schip dat je zo vrolijk in stukken uiteen hebt laten spatten.’
‘Ik? Wat heb ik ermee te maken? Jij was het die het daar liet ontploffen.’
‘En wie was het die de afstandsbediening verloor?’
‘Maar dat was jouw schuld. De sluiting was defect.’
‘Oké, oké! Wat gebeurd is, is gebeurd. Laten we nu proberen deze situatie onder controle te krijgen. Hoewel ik een ongeneeslijke optimist ben, zie ik op dit moment geen briljante oplossingen.’
‘Dat zullen de gammagolven zijn’, antwoordde Azakis, zijn vriend terugbetalend met dezelfde munt. ‘Ervan uitgaande natuurlijk dat die vier neuronen in je lege hoofd nog steeds in staat zijn om ze uit te zenden.’
‘Na die zielige grap kan ik eindelijk aankondigen dat de oude Zak weer onder ons is. Welkom terug.’
‘Kun je deze shuttle naar de explosieplaats brengen zonder op een maanverhoging te crashen?’
‘Zeker, meneer. Op uw bevel’, riep Petri uit terwijl hij de militaire manieren imiteerde, die hij vaak bij zijn aardse vrienden had gezien. ‘Bestemming maan’, voegde hij er vrolijk aan toe, nadat hij de motoren had gestart en koers naar de satelliet had gezet.
Het duurde slechts een paar minuten om de plaats te bereiken waar de Theos was uiteengespat. De shuttle begon langzaam te vliegen over het gebied van het verborgen maanoppervlak dat de impact van de explosie had ondergaan. De grond, normaal zeer hobbelig en vol kraters veroorzaakt door de oude inslagen van honderden meteorieten die de maan in miljoenen jaren hadden doorzeefd, leek nu ongelooflijk glad en vlak over een oppervlakte van ongeveer zeshonderd vierkante kilometer. De energiegolf die door de explosie werd opgewekt, had alles weggevaagd. Rotsen, kraters en laagtes bestonden niet meer. Het was alsof er een enorme stoomwals over het gebied was gegaan, met daarachter een eindeloze vlakte van zacht grijs zand.
‘Ongelooflijk’, riep Petri uit. ‘Het is alsof je over de immense Sihar-woestijn op Nibiru vliegt.’
‘We hebben er een grote puinhoop van gemaakt’, zei Azakis neerslachtig.
‘Nee. Zie je niet hoe mooi het uitzicht nu is? Vroeger had het oppervlak meer rimpels dan onze Opper Oudere. Nu is het zo glad als een babyhuidje.’
‘Ik denk niet dat er veel van ons geliefde ruimteschip over is.’
‘Ik scan het gebied volledig, maar het grootste stuk dat ik heb gevonden is ongeveer een paar kubieke centimeter.’
‘Het valt niet te ontkennen. Het zelfvernietigingssysteem heeft goed gewerkt.’
‘Hé Zak’, riep Petri plotseling uit. ‘Wat is dat volgens jou?’ en hij wees naar een donkere vlek op het hoofdscherm.
‘Ik zou het niet weten... Je kunt het niet goed zien. Wat zeggen de sensoren?’
‘Die pikken niets op. Volgens hen is er niets anders dan zand, maar ik denk dat ik iets anders zie.’
‘Het is onmogelijk dat de sensoren niets oppikken. Probeer een kalibratietest.’
‘Geef me een momentje. Petri futselde aan een aantal holografische knoppen en zei toen: ‘De parameters zijn binnen het normale bereik. Alles lijkt goed te werken.’
‘Vreemd... Laten we proberen dichterbij te komen.’
Shuttle nummer zes bewoog zich langzaam in de richting van dat vreemde object dat uit de laag stof en grijs zand leek te komen.
‘Maximale vergroting’ beval Azakis. ‘Maar wat is het?’
‘Van het weinige dat ik kan zien, lijkt het een deel van een kunstmatige structuur’, waagde Petri.
‘Kunstmatig? Ik denk niet dat iemand van ons ooit iets op de maan heeft geïnstalleerd.’
‘Misschien waren het de aardbewoners. Ik meen ergens gelezen te hebben dat ze verschillende expedities naar deze satelliet hebben uitgevoerd.’
‘Wat beslist vreemd is, is dat de sensoren niets oppikken van wat onze ogen wel zien.’
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen. Misschien heeft de explosie ze beschadigd.’
‘Maar als je net een test hebt gedaan en alles werkt’, antwoordde Azakis perplex.
‘Dan moet dat spul dat we zien gemaakt zijn van een onbekend materiaal dat onze sensoren niet kunnen analyseren.’
‘Probeer je me te vertellen dat de aardbewoners een samenstelling hebben uitgevonden die zelfs wij niet kennen? Dat ze het hierheen hebben gebracht en er een basis of zoiets mee gebouwd?’
‘En bovendien hebben we het nu zelfs voor hen vernietigd,’ merkte Petri neerslachtig op.
‘Onze vrienden blijven ons verbazen, hè?’
‘Dat is waar... Wel, we hebben hier rondgekeken. Ik zou zeggen dat we het voorlopig moeten laten voor wat het is. We hebben nu belangrijkere dingen te doen. Wat zeg je daarvan, baas?
‘Ik zou zeggen dat je helemaal gelijk hebt. Aangezien er niets bruikbaars meer over is van de Theos, denk ik dat we kunnen vertrekken.’
‘Naar de aarde?’
‘Laten we teruggaan naar Elisa's kamp en proberen met haar H^COM contact op te nemen met Nibiru.’
‘En onze reisgenoten? We kunnen ze hier niet achterlaten’, zei Petri.
‘We moeten een steunpunt op aarde organiseren. We kunnen een soort kamp opzetten in de buurt van dat van onze vrienden.’
‘Dat lijkt me een goed idee. Zal ik de rest van de bemanning inlichten?’
‘Ja. Geef ze de coördinaten van de opgraafplaats en vraag hen een noodstructuur op te zetten. Wij gaan er eerst heen en nemen contact op met de Ouderen.’
‘Laten we gaan’, zei Petri opgewekt. ‘En dan te bedenken dat ik me tot voor kort zorgen maakte over hoe ik de verveling van de terugreis zou overwinnen.’
Op hetzelfde moment, op een afstand van ongeveer 500 astronomische eenheid (AU) van onze zon, verscheen praktisch uit het niets een vreemd eivormig object, voorafgegaan door een streep blauwachtige bliksem die door de absolute zwartheid van de ruimte scheurde. Met een ongelooflijke snelheid bewoog het zich in een rechte lijn gedurende bijna honderdduizend kilometer voordat het weer verdween, opgeslokt door een soort enorme zilverachtige draaikolk met gouden reflecties. De hele actie duurde maar een paar seconden en toen, alsof er niets gebeurd was, dook die zo afgelegen en verlaten plek diep in de ruimte terug in de totale stilte waarin hij tot dan toe was ondergedompeld.