'Best mensen en natuurlijk prins, laten we De Spelen verder beginnen' roept de presentator luid door de microfoon.
Mijn hart gaat te keer. Dit is het moment, de tweede deel van De spelen, en de eerste indruk voor de prins.
'Wilt Elle naar voren komen' roept de presentators.
Met opgeheven hoofd en rechte schouders stap ik de arena in. Mijn ogen scannen te tribune af, opzoek naar mama en papa, maar wanneer mijn ogen die van Taylor, de prins tegen komen, blijf ik erin hangen. Zijn mooie bruine ogen blijven ook in de mijne steken en niemand van ons lijkt het contact te willen verbreken, maar wanneer de presentators verder gaat, verliest mijn aandacht die van de prins en draai ik mij weer om naar de arena.
'Omdat de prins er is, gaan we het een beetje anders doen deze keer. Gisteren is de volgorde van de wezens die spelen al besloten. Maar hier komt het interessante, om het spannender te maken gaan de deelnemers een naam mogen trekken uit de zak, om hun tegenstanders te kiezen. Laten we beginnen met Elle, trek maar'
En de presentator geeft mij een rode fluwelen zak aan, waar ik mijn hand in steek en een houten kaartje uit trek: Marie
'Laten we beginnen aan het parkoer, als ik start zeg moeten jullie om ter eerst aan de finish geraken, maar pas op voor de boobytraps en de verbena'
Voor mij bevindt zich een lang parkoer met onder het parkoer, bij de hang gedeeltes, een bak gevuld met het stomme spul dat ons dood maakt, niet iets zo fijn om in te vallen dus. Ik hoor iedereen juichen en voel de ogen van hem op mij branden, maar ik sluit iedereen buiten, het is mij en het parkoer en niemand anders. Ik hoor de geluiden vervagen en voel mijn dode hart kloppen, die versnelt wanneer ik het startschot hoor. Mijn benen komen in g**g en binnen een paar seconden ben ik op de eerste deel, een grote muur waar ik over moet, maar nier zomaar een grote muur zie ik wanneer ik dichterbij kom. Een muur van stekels, waarvan de punten, bedekt zijn met een soort sap, ik gok op verbena.
Zonder te twijfelen zet ik mijn hand op de eerste pin die uitsteekt.
Pijn, helse pijn, trekt door mijn hand, de plek waar ik de pin vast heb. Ik voel mijn hand branden en ruik het verbranden vlees al. Bijtend op mijn wang, die nu al bloed, pak ik de tweede pin vast en trek ik mij omhoog. Bijna aan de vijfde pin, voel ik mijn handen niet meer, maar wanneer er ineens uit het niets een pin uit de muur komt, recht in mijn been, gil ik het uit van de pijn.
Het publiek hapt naar adem,
Familie en vrienden roepen mijn naam,
De prins die mij aanstaart,
Pijn,
Alleen maar pijn,
Dat is alles wat ik nog voel. Bang zoek ik in het publiek naar Alex, maar in plaats van hem te vinden kijk ik weer in die nieuwe bruine ogen van de Koninklijke hoogheid.
Iets in zijn ogen veranderen, wat mij moet geeft, zijn ogen lijken tot mijn ziel binnen te dringen en lijkt te zeggen: je kan het, ik geloof in jou mijn prinsesje'
En die woorden geven mij kracht.
Met mijn bange blik, die een boze is geworden, kijk ik naar da verdomd ding in mijn been. Gillend klem ik mijn hand rond da ding met da stom sap en breek ik het in twee, een deel van de pin in mijn been latend.
Nog 5 meter
3 meter
1 meter
En glijden
Ik kom met een harde val op de grond terecht waardoor er een pijnscheur door mijn been gaat en ik het, voor de tweede keer, uitgil van de pijn.
Nog 2 delen te gaan.
Eenmaal hinkelend aangekomen bij de tweede deel, haal ik opgelucht adem.
Het tweede deel bestaat uit een touw parkoer met er onder een bad van verbena, waar ik al genoeg van heb.
Knarsend tandend pak ik het touw vast en slinger ik mij behendig over het deel heen.
Het laatste deel bestaat uit lopen, of in mijn geval hinkelen.
Ik kijk snel achterom om te zien hoe ver Marie is, maar zie haar niet, ik laat het geluid weer binnen en hoor het publiek juichen, mensen gillen, familie en vrienden supporteren, en heel stil iemand gillen en wenen van de pijn, Marie.
Ik heb dus nog tijd genoeg om door te gaan, maar besluit om verder te lopen, die stomme prins tonend dat dit Spel verkeerd is, en ik mij niet door het en hem laat klein maken, maar voor ik begin te lopen kijk ik de prins aan, die mij nauwkeurig terug aan kijkt, ik maak een spottende buiging en begin met lopen.
100 meter
50 meter
30 meter
20 meter
10 meter
5 meter
1 meter
Handen, mannen en zwarte, alleen maar eenzame zwarte.