Jasper

1213 Words
De dagen kropen voorbij. Elke dag trainde ik met Melanie in het bos en elke keer werd ik weer een klein beetje sterker. Als ik vrij was hielp ik mijn moeder met het huishouden en sprak ik af met Jasper. Hij heeft mij de afgelopen week geprobeerd te leren om te shape-shiften. Het lukte steeds niet. Ik snap niet waarom andere dingen zo gemakkelijk lijken te gaan behalve als hij er was. Ik was te afgeleid of had er domweg gewoon geen zin in. Ander dingen leerde ik erg snel. Zou het met hem te maken hebben? Het is nu dinsdag en we zijn al twee weken hier. Ik zat tegen de grote wilg in de achtertuin en riep Jasper op voor onze dagelijkse ontmoetingen. Het duurde een tijdje voor hij doorhad dat ik hem niet alleen riep bij gevaar maar ook voor gezelligheid. Ook nu liep hij alsnog onrustig naar boom. Hij inspecteerde de omgeving voordat hij zich naast mij liet zakken. Meestal grapte hij over de situatie daarboven maar dit keer niet. Hij bleef stug voor zich uitkijken met een bedenkelijke blik. “Ik moet je wat laten zien.” Zei hij op een dreigende toon. Ik trok mijn knieën op en sloeg mijn armen er omheen. “Natuurlijk, wat is het?” Hij ging recht tegenover me zitten met zijn knieën tegen mijn voeten aan. “Niet zo, niemand mag het weten. Dan kan jij ook in gevaar komen.” Ik knikte en keek hem vragen aan. Als hij het niet wilde vertellen, en ook geen papier bij zich had, hoe wilde hij het dan vertellen? Hij pakte mijn handen en legde die op zijn schouders. Ik ging op mijn knieën zitten om gemakkelijker te zitten. Vervolgens legde hij de zijne op mijn slapen en concentreerde hij zich. Ik staarde in mijn heldere blauwe ogen en werd heel even afgeleid tot ik plots zijn stem in mijn hoofd  hoorde. Het klonk zachtjes en ver weg. Ik wierp de mentale blokkade aan de kant die ik als training met Melanie had opgebouwd. Haar woorden waren: Zorg altijd voor een bescherming rondom je eigen gedachten want als je hem toegankelijk laat dan kan vroeg of laat hier iemand misbruik van maken. Ik liet hem toe en sloot mijn ogen. Mijn hoofd vulden zich met beelden. Herinneringen. Ik zag een prachtige witte zaal met veel mensen gekleed in witte. Nee het waren geen mensen besefde ik mij. Het waren engelen. De mannen liepen in een pak en de vrouwen in een lange jurk. Sommige hadden vleugels, andere niet. Het was een rustgevend gezicht maar ik voelde dat er iets mis was voordat het zichtbaar was. Ik hoorde een klap en zag de engelen geschrokken achteruit deinzen. Mensen met donkerblauwe kleren drongen zich voor degene met de witte kleren en stonden klaar voor de strijd. Hun handen vol wapens en uitrustingen. Ik herkende Jasper achter in een hoek. Hij was in gesprek met een jonge vrouw en even werd ik jaloers. Ze was prachtig. Hij had lichtblauwe kleren aan en verstopte een mes in zijn mouw ten tijde van de klap. Ook hij was klaar voor de strijd. Ik hoorde meer klappen tot de grote witte deuren rechts van de zaal openvlogen. Darkbreathers stormde binnen. Hun blikken vol bloedlust. Ze vermoorden zo veel mogelijk engelen. Ze wierpen zowel messen als ballen van donkere energie. De zogenoemde soldaten in het donkerblauw vochten stevig terug en vernietigde verschillende darkbreathers maar het was niet genoeg. Jasper besloop een onoplettende darkbreather en sneed zijn keel door met de verborgen mes. Hij knikte naar Melanie en rende opnieuw vooruit naar een volgende prooi. De tweede darkbreather viel neer. Met 3 engelen aan zijn zijde wist hij te vluchten naar een torenkamer. Daar hielden ze zich schuil. Blijkbaar waren het belangrijke mensen want geen van allen waren zij bewapend. 5 minuten later werd er op de zilveren deur geklopt. Het geklop was in code en toen de deur opende liep Melanie de deur door. Jasper liep de mensen voor naar beneden maar hield stil onderaan de trap. Het was stil. Te stil. Eenmaal volledig beneden was de schade zichtbaar. 5 engelen hadden het niet overleeft en werden afgevoerd door de meest linker deur. Andere waren zwaar gewond en werden genezen door mensen in licht groene kledij. Een van de engelen naast Jasper zei iets tegen Melanie en ze knikte. Ze trok Jasper mee en vertelde iets in zijn oor. Melanie zou mijn moeder halen en Jasper mij. We moesten naar boven voor een gesprek met de baas van het gebouw maar Jasper was niet gerustgesteld. Langzaam voelde ik hoe zijn herinneringen wegvloeiden. Hij liet me los en ik was weer alleen in mijn hoofd. “Waarom wil hij mij spreken?” Zei ik verbaast. Jasper knikte en zei “Ik weet het niet. Misschien dat hij denkt dat je kan helpen. Dat hoop ik tenminste. Hij is niet heel erg geliefd bij de andere maar hij heeft wel het hoogste gezag. Dit natuurlijk op god na. Als hij jou wil spreken is er vast iets mis. Ik keek naar de grond. Hij pakte mijn arm vast en keek mij recht in mijn ogen aan. “Weet je het zeker? Je hoeft niet te gaan, het kan gevaarlijk zijn. Ik kan iets verzinnen?” Ik schudde mijn hoofd. “Als ik kan helpen met wat dan ook, dan wil ik dat doen. Ik weet nu dat ik iets kan doen en als het nodig is dan vecht ik mee. Is mijn moeder al daar?” Jasper knikte. “Mooi zo laten wij ook maar gaan.” Ik voelde de warmte van zijn energie door mijn trui heen zodra ik mijn hand vast pakte. Ik bekeek hem snel en zuchtte. Als alles anders was gelopen dan had ik hem misschien wel leuk kunnen vinden. Jasper keek me aan en sloot zijn ogen. Zijn licht werd feller en feller en ik voelde ons opstijgen. Een seconde later verschenen we in een bol van licht in een witte zaal. Dit was de zaal uit zijn herinnering. Ik draaide mij om en zag mijn moeder staan. Melanie knikte en liep weg. Ik liet Jaspers hand los en liep naar mijn moeder toe. Jasper liep vlak achter mij aan, nog steeds gespannen, alsof hij mij wilde beschermen tegen iets. Maar wat? Het gevaar was toch geweken? Anders had hij mij niet opgehaald. Waren er nog darkbreathers in dit gebouw? We liepen langs de engel die mij had begeleid in het bos een paar weken terug en ik maakte een korte buiging. Hij deed hetzelfde terug en lachte een halve lach. De situatie was hier dus nog erger dan ik dacht. Met zijn vieren liepen we naar een kleinere witte deur. Voor de deur stonden bewakers. Jasper knikte en de bewakers lieten ons door. We kwamen in een licht houten studeerkamer. Midden in de kamer draaide een leren stoel om achter een bureau. “Welkom Alyssa en Morgan. Ga toch zitten, we hebben veel te bespreken. Jasper, Bernard laat ons alleen alsjeblieft.” Jasper keek mij aan en toen zijn baas. Hij leek kort te twijfelen voor hij zich omdraaide en wegliep. We waren alleen en iets in mij zei dat dit geen leuk gesprek zou worden.
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD