Ik was zenuwachtig en tikte met mijn voet meerdere malen op de grond. Een pluk haar viel uit mijn staart en ik streek hem achter mijn oor terwijl ik mijn blik door de kamer liet glijden. Behalve de zwarte leren stoel bestond alles uit een lichte kleur mangohout. De man achter het bureau schraapte zijn keel en begon het gesprek. “Hebben jullie enig idee waarom ik jullie opgeroepen heb Alyssa?” Ik keek naar mijn moeder en schudde mijn hoofd. Zou het door Jasper komen? en de herinneringen die hij liet zien? Of om het feit dat ik Jasper meerdere malen opgeroepen heb zonder tekenen van daadwerkelijk gevaar. Ik keek zo onschuldig mogelijk naar de man en haalde mijn schouders op. De man fronste zijn wenkbrauwen maar trok zijn gezicht snel weer tot emotieloos. Ik bestudeerde de man snel. Ik herkende hem ergens van. Hij was van gemiddelde lengte, licht gespierd maar aan de forsere kant. Ik vroeg mij af of hij überhaupt mee trainde met de andere engelen. Zijn haar was spier wit en reikte tot aan zijn schouders. Op het eerste gezicht leek hij een aardig ouder mannetje. Ik zou hem rond de 70 jaar oud schatten door de rimpels in zijn gezicht. Desondanks wist ik dat de engelen hierboven gemakkelijk een paar duizend jaar oud konden worden en dat schijn dus bedriegend kon zijn. Mijn aandacht vestigde weer op het gesprek toen hij zijn mond opende en plots wist ik waarvan ik hem herkende. “Ik wou even vermelden dat je hulp niet langer gewenst is. Je mist jaren van training en kennis en daarnaast ben je geen volledige engel. Jou het veld in sturen zou moord zijn. Niet alleen van jou maar ook de mensen die jou zouden beschermen." Hij lachte alsof er zojuist iets grappigs was gezegd. “ Luister moppie, normaal geloof ik de legendes die hier voorspelt worden. Onze orakel heeft het nooit mis. Nouja bijna nooit mis. Kort gezegd, denk ik niet dat jij de uitverkorene bent. Vergeleken met de legende ben jij zwak en zielig. Ik stel voor dat jij en jou moeder bij ons uit de buurt blijven. Begraaf je krachten en focus je op een normaal leven. Ga terug naar school ofzo, zoek een baantje maar laat ons met rust hoor je me? Je leid ons alleen maar af. De darkbreathers zijn hier binnen gedrongen en engelen vermoord. Dit had voorkomen kunnen worden als jij niet moest trainen met Melanie. Ze is onze beste vechter en tracker. Als zij eerder ter plaatste was geweest dan had ze de inbreuk aan kunnen voelen. Dan was het gevecht nog gestopt voordat het begonnen was. Dan hadden wij geen gedode engelen op de grond liggen. Deze aanval heeft ervoor gezorgd dat wij verzwakt zijn. De verwachting is dat een nieuwe aanval niet uitblijft. En wat Jasper betreft. Ik onthef hem van zijn taak. Hij zal niet langer jou beschermengel zijn. Ik wijs een nieuwe engel aan die zich wel verborgen kan houden. Of je nou sterft of niet. Ook zal ik je engelenziel terug nemen en geven aan iemand die het beter kan gebruiken. Zie het als een betaling voor je training met Melanie. En wees blij. Nu kan je eindelijk een normaal leven leiden. Dat wilde je toch zo graag? Hmmm.” Ik knipperde met mijn ogen. Verward keek ik naar mijn nu woedende moeder die opstond en haar stoel omgooide. “Mijn dochter laat zich niet zomaar een deel van haar ziel? Bent u gek geworden? Het is een deel van haarzelf. Hoe kunt u zoiets zelfs maar voorstellen. Of Alyssa wil helpen is haar keus. Als u haar erbuiten wilt houden, prima. Maar dat betekend niet dat u meer kan doen dan haar te verbieden om te helpen. U weet donders goed dat als de legende wel waarheid bevat, u haar nodig heeft. Dit als u wilt dat de wereld een kans van overleven heeft dus waag het niet om zoiets te zeggen.” Ik probeerde te bevatten wat er gezegd was maar dat bleek lastig. Als in een trance stond ik op en keek ik hem aan. De man stond dreigend voorover gebogen over het bureau. Mijn moeder nam plaats naast mij en pakte mijn hand. Ik keek naar haar hand en toen haar gezicht. Ik zag een stom van emoties. Wat mij vooral opviel naast woede was trots en liefde voor mij. Het was tijd dat ik mijn mening eens gaf. Ik rechtte mijn rug en keek de man zelfverzekerd aan. “Het zal u niet lukken mijn ziel aftenemen. Het is verbonden met wie ik ben. Dat kan ik niet afstaan. Ik zal mij niet bemoeien met deze strijd als dat is wat u wilt. Maar denk niet dat als mijn krachten nodig zijn, ik rustig achterover in een stoel zal leunen. Ik snap uw bezorgdheid maar realiseert u zich wel dat ook mijn wereld word aangevallen? En wat heeft Jasper hiermee te maken? Op welke grond wilt u hem overplaatsen? Voor zover ik gezien heb in zijn herinneringen, heeft hij uw leven gered. Is dat soms de reden? Dat u zelf te zwak bent en dit afreageert op anderen?” De man kleurde rood van woede en liep om zijn bureau heen. “Hoe durf jij mij zo aan te spreken dametje. Ik bepaal zelf wel wat ik doe. Ik ben niets voor niets uitgekozen door god hemzelf om deze locatie te coördineren.” Hij stapte naar voren en kwam voor mij tot stilstand. “En laten we maar vast beginnen met jou.” Zijn irissen kleurden rood en met zijn hand greep hij mijn hand vast. Zijn hand voelde aan als ijs. Mega koud. De kou trok recht door mijn hand naar mijn arm. Net als zijn ogen was zijn aura rood gekleurd. Een kleur die ik had leren herkennen als woede, wrok en neiging tot overheersing en wraak. Ik voelde mijn energie wegtrekken richting de kou. De kleuringen van zijn aura vervaagde tot een lichte veeg. Hij probeerde mijn engelenziel te verwijderen. Ik probeerde me te verzetten. Ik had de connectie met mijn engelenziel net pas terug. Zo snel gaf ik hem niet gewonnen. Ik probeerde met een ruk mijn hand los te trekken maar het bewoog nog geen centimeter. Hij leek wel versteend. Zijn ogen kleurden feller als teken dat mijn energie de zijne verrijkte. Vermoeidheid trok zich door mijn lijf en even kreeg ik de neiging om mijn ogen te sluiten. Mijn moeder haalde een kleine dolk tevoorschijn en rende op hem af. Hij draaide kort zijn hoofd en strekte zijn arm om mijn moeder van zuurstof te ontnemen. Ze liet de dolk vallen en viel hoestend op haar knieën. Haar handen schoten naar haar keel alsof het omsloten was door onzichtbare handen. Dit schrok mij wakker. Ik gaf hem een knietje in zijn edele delen en rende naar mijn moeder die plots weer zuurstof kreeg. Ik trok haar overeind en liep achteruit naar de deur. Zodra mijn rug de deur raakte draaide ik mij snel om. Hopeloos probeerde ik de deur te openen maar hij leek op slot te zitten. Ik draaide mij langzaam terug om. Mijn moeder stond naast voor mij en hield mijn hand vast. De man rechtte zijn rug, trok zijn stropdas goed en liep weer op ons af. “Dat was nou niet bepaald slim van je meissie.” Zijn ogen werden weer rood en weer strekte hij zijn arm. Dit maal werd de gehele kamer kouder en voelde ik de vermoeidheid weer intreden. Hij hoefde mij dus niet aan te raken om mijn ziel te nemen. Ik keek naar mijn moeder en besefte dat dit ook effect had op haar. Hij zou haar menselijke ziel aantasten. De kamer werd kouder en kouder en weer leek mijn energie naar mijn handen te trekken. Ik hield mijn handen voor mijn borst bij elkaar en probeerde op die manier mijn energie binnen te houden. Desondanks trok de kracht mijn handen uiteen. Een licht paars blauw bolletje kwam tevoorschijn tussen mijn handen. Het groeide in formaat en ik wist dat ik nu iets moest doen voor het te laat was. Ik concentreerde mij maar voelde dat angst steeds meer de baas werd over mijn lijf. De combinatie van angst en kou gaf mij kippenvel. Ik sloot mijn ogen en duwde de angst aan de kant. Ik focuste op mijn ademhaling en stelde voor hoe onzichtbare draden mijn energie door mijn handen heen terug trokken mijn lijf in. Ik opende kort mijn ogen en zag dat mijn armen omhult waren met dezelfde paarsblauwe gloed. Ik verzamelde de energie in mijn borst en blokkeerde het daar tijdelijk. Ik trok kracht uit deze energie en creëerde een schild om mij en mijn moeder heen. Dit zorgde ervoor dat wij beide niet langer beïnvloed werden door zijn energie. Vervolgens zette ik mijn woede om in kracht. Ik stapte vooruit richting de man en hief mijn handen in zijn richting. Een straal van lichtblauwe energie schoot langs mijn armen en door mijn handen recht op hem af. De man schrok en stapte achteruit maar het was al te laat. De energie raakte de man en versteende hem ter plekke. Het licht vervaagde en ik viel uitgeput op mijn knieën. De energie verdween weer diep in mijn borst, daar waar het hoorde. Achter mij ging de deur open en ik hoorde hoe Jasper en Bernard naar binnen stormde. Ik keek niet op maar bleef kijken naar de man die versteend in het midden van de kamer stond, niet in staat om te bewegen. Jasper kwam voor mij zitten zodat ik weer bij positieve kwam. Hij legde een hand op mijn schouder. Ik stond op en gaf hem een lange knuffel. Ik zuchtte zacht terwijl zijn warmte de laatste resten kou verdreven van uit mijn lichaam. Een traan rolde over mijn wang toen ik hem weer los liet. “Het is oké Alyssa, vertel straks maar wat er gebeurd is. Nu moeten we eerst weg hier.” Hij pakte mijn hand en trok mij richting de deur maar ik bleef stokstijf staan. Ik zuchtte opnieuw. “Nee." Jasper keek mij verbaasd aan. "Nee?" "Nee" herhaalde ik. "Hij mag dan de verkeerde bedoelingen hebben gehad maar dit kan niet." Ik liet een korte stilte vallen terwijl ik nadacht over de gevolgen van mijn beslissing. "Dit kan ik niet” fluisterde ik zacht. Nee dat kan ik inderdaad niet. Zonder concreet te weten wat ik eraan kon doen, liep ik terug naar de man toe. Mijn hand legde ik boven zijn hart. Ik had niet veel energie meer over wat resulteerde in een verminderde concentratie. Uiteindelijk werd mijn hand warm en straalde ik een zacht blauw licht uit. Toen ik bijna klaar was stopte ik. De man bewoog langzaam zijn vingers en zijn handen. “Over 10 min kan hij zich weer volledig bewegen. Dat voel ik.” Mijn moeder liep naar mij toe. “Hoe deed je dat Alyssa?” Ik keek haar aan. “Ik weet het niet mama. Het was alsof ik wist wat ik moest doen zodra ik het deed.” Ze sloeg een arm om mij heen en begeleide mij richting de deur. We liepen met zijn vieren de grote zaal in die ditmaal leeg was. Bernard deed en stap terug en knikte naar Jasper. Hij knikte terug en pakte de handen van mijn moeder en mij vast. Hij sloot zijn ogen en riep zijn energie naar de voorgrond. Ik merkte dat ik onbewust naar zijn gezicht keek. Een lok haar viel voor zijn ogen en ik wilde niets liever dan de lok achter zijn oor duwen zodat, bij het openen van zijn ogen, zijn blauwe ogen zichtbaar waren. Ik schrok toen hij opeens terug keek en naar mij knipoogde. Ik keek weg en bloosde beschaamd. Ik was zo afgeleid dat ik niet merkte dat wij al terug waren bij ons huis. Ik draaide naar mijn moeder toen ze plots mijn hand los liet en richting de voordeur liep. Voordat ze binnen was draaide ze zich om en zei "ik laat jullie even alleen. Als jullie uitgepraat zijn dan staat er binnen thee voor jullie klaar." Ze draaide zich terug en verdween het huis in. Hiermee liet ze Jasper en mij alleen achter in de voortuin.