Stilte voor de storm

2585 Words
Ik staarde naar de grond onder mijn voeten en schopte met mijn handen in mijn zakken een steentje weg dat zich voor mijn voeten bevond. Een pluk haar maakte zich los uit mijn staart en viel voor mijn ogen. Net toen ik mijn hand hief om deze terug achter mijn oor te duwen was zijn hand mij voor. We keken elkaar kort aan voordat ik weer wegkeek. Ik verbrak de stilte door aan te bieden om naar binnen te gaan. Alsof dat het niet ongemakkelijker maakte. Ik draaide mij vlug om en liep met grote stappen richting het huis. Ik duwde de deur open en zag dat de theepot al klaar stond op tafel terwijl mijn moeder rommelde in een keukenkastje. Ik plofte neer op de bank en voelde dat Jasper naast mij kwam zitten. Hij legde zijn armen achter op de leuning van de bank waardoor ik niet anders durfde dan op de rand van de bank te blijven zitten. Mijn moeder nam plaats in de zwart leren stoel tegenover de bank. Ik schonk de thee in 3 wit porseleinen kopjes. "Misschien is het beter om meteen met de deur in huis te vallen en ..." begon Jasper tot er meerdere malen haastig op de deur werd geklopt. Ik was meteen op mijn hoede. Niemand wist wie we waren of waar we woonden. En daarnaast zouden engelen geen energie verspillen aan een deur en meteen binnen verschijnen. Ik liep twijfelend naar de deur. Wel maakte ik een omweg langs de keuken om een mes uit het keukenblok te pakken. Ik hield het mes achter mijn rug en duwde de deurklink naar beneden. Mijn vingers klemden stevig om het mes, klaar om aan te vallen mits nodig. Bij het openen liet ik de houding meteen varen. Voor de deur stond een trillende Caitlin. Ze rende naar mij toe en sprong haast in mijn armen. Tranen rolden over haar wangen en ze sprak met veel moeite tussen het snikken door. “Dood. Iedereen is dood. De Cirkel is dood. Ze zoeken jou". hakkelde ze. "Ik heb ze af kunnen schudden maar je moet vluchten nu het nog kan.” Een straaltje bloed liep langs haar mondhoek naar beneden. Het laatste woord verliet haar mond en zwakte ze in elkaar. “MAMMMM” riep ik wanhopig terwijl ik mijn best deed om Caitlin op te vangen. Een blauwe pijl stak uit haar rug en had zich diep in haar ribbenkast geboord. Verderop zag ik een schaduw tussen de bomen verdwijnen. Caitlin had gelijk. We moesten hier weg. Jasper was het eerste bij de deur en hielp haar overeind. “Draag haar naar binnen. Misschien kan ik haar nog genezen.” We tilde Caitlin samen naar binnen terwijl mijn moeder trillend de deur achter ons dicht deed. We legde haar op haar buik op de grote houten eettafel. Mijn moeder verscheen met een handdoek die ze daarna op de wond om de pijl duwde. Jasper pakte het uiteinde van de pijl vast en trok deze er met een harde ruk uit. Ik pakte de restanten aan en legde deze naast ons neer op de tafel. Een deel van de pijl zat nog vast in haar rug. Jasper pakte het mes en duwde deze zachtjes onder het laatste deel van de pijl om deze eruit te halen. Het bloedde hevig en mijn moeder drukte opnieuw de wond dicht met de handdoek. "Het plan is het volgende" zei Jasper terwijl hij ons om de beurt aan keek. "Zodra ik het teken geef wil ik dat je de handdoek opzij haalt. Alleen zo kan ik haar proberen te genezen". Mijn moeder knikte vastberaden. "3,2,1 NU". Ze haalde de handdoek weg en Jasper nam zijn positie in bij de wond. Zijn irissen werden diep blauw van kleur en ook zijn handen kregen een lichte gloed. Hij streek over de wond met zijn handen terwijl hij zijn ogen sloot. Zo bleef hij een paar minuten staan. Toen hij zijn ogen opende was de wond niet meer dan een lichte schram maar zijn gezichtsuitdrukking gaf aan dat hij gefrustreerd was. Hij schudde zijn hoofd en het licht verdween. “ik kan haar niet meer helpen. Haar verwondingen waren te snel fataal. Ze was al weg voordat ik begon.” Mijn moeder sloeg een hand voor haar mond en liet een paar tranen over haar gezicht glijden die ze meteen weer weg veegde. Ik besloot de dood van de rest van de cirkel maar voor me te houden. Dat moest wachten op een beter moment. Na Caitlin's dood had Jasper de menselijke politie gebelt en hadden mijn moeder en ik onze spullen bij een gepakt. De politie zou voor haar lichaam zorgen terwijl wij vluchtten. Al onze sporen waren gewist aan de hand van een wisspreuk maar toch keek ik nog een keer rond. Ik begon eindelijk te wennen hier. Ik zuchtte en sloot de deur achter mij. We liepen naar de tuin en pakten elkaars handen vast. De tuin en het huis verdween in een wit licht terwijl wij naar een andere plek orbde. “Dit is de laatste plek waar ik jullie heen kan brengen zonder dat ze jullie opsporen. Ik moet nu terug voor Negan merkt dat ik weg ben en hem heb verraden. Ik kom snel terug.” Hij kneep zacht in mijn hand voordat hij deze los liet. Hij sloot zijn ogen en verdween in het zelfde witte licht wat ons hierheen had gebracht. We waren weer alleen. 3 dagen gingen voorbij en we hadden nog niks van Jasper vernomen. Hij had ons afgezet bij een blokhutje in het midden van het bos. Om de tijd te doden probeerde ik mijn krachten te vergroten. Ik probeerde zwaardere objecten te verplaatsen en te oefenen wat Jasper had verteld over het shape-shiften. Ik concentreerde me terwijl ik dacht aan een dier. Het was een paar keer bijna gelukt. Zo had ik het voor elkaar gekregen mijn armen te verruilen voor vlindervleugels. Elke oefening maakte mij sterker. Ik probeerde het weer opnieuw. “Word een vogel.” Zei ik zachtjes met gesloten ogen tegen niemand in het bijzonder. “Probeer eens een specifieke vogelsoort in gedachten” hoorde ik achter me. Ik schrok en veranderde van schrik in een combinatie van half mens half vogel. Ik draaide mij al springend om en zag hoe Jasper me schaterend aankeek terwijl hij tegen een oude beuk aanleunde. “Hoelang sta je al te kijken?” vroeg ik beschaamd. "Lang genoeg om te zien dat je vooruit gaat. Probeer eens te denken aan een ijsvogel? Dat zijn mooie dieren.” Ik knikte en concentreerde me. “IJsvogel.” Ik voelde mijn energie zich verspreiden over mijn hele lichaam. Mijn armen en benen tintelden en mijn concentratie werd vermoeilijkt door een kriebel aan mijn neus. Ik opende mijn oog en zag dat mijn omgeving meerdere malen groter was dan voorheen. Een paar meter verderop lag een klein meertje en vol enthousiasme probeerde ik daarheen te rennen. Natuurlijk struikelde ik een paar keer. Niet gewend aan mijn nieuwe lichaam. In de reflectie van het water zag ik de blauwe en oranje kleuren van de ijsvogel. Ik klapperde met mijn vleugels en nam een klein sprintje. Ik verhoogde het tempo en steeg langzaam van de grond af. Ik steeg steeds hoger en hoger en begon daadwerkelijk te genieten van de vlucht. Achter mij zag ik Jasper veranderen in een blauwborst vogel. Ook hij flapperde zijn vleugels om te vliegen. We vlogen een tijdje naast elkaar tot ik een idee kreeg. Ik naderde hem en gaf hem een duw. Vervolgens maakte ik snelheid en daagde hem zo uit tot een race. Hij herstelde zich snel en vloog met volle snelheid op mij af. Het doel? Een omgevallen boomstam tussen twee rotsen in. Ik deed mijn best hem voor te blijven maar dat bleek makkelijker gedacht dan gedaan. Hij kwam steeds dichterbij en uiteindelijk haalde hij mij in. Hij maakte een salto in de lucht als teken van overwinning terwijl ik lande op de boomstam. Al dat vliegen koste veel energie. “Alles oké?” hoorde ik plots in mijn hoofd. Ik keek hem aan. Was hij dat? Hoe kon ik hem horen? Ik hield mijn hoofd vragend schuin terwijl ik hem aankeek. “Als je in een dier veranderd kan je je gedachten projecteren naar die van een andere engel mits deze in de buurt is en een soortgelijke vorm aangenomen heeft. Zo is het makkelijker om contact te houden bij missies. Al zijn er natuurlijk niet veel engelen die dit kunnen.” Ik vroeg mij af hoeveel hij op dat moment daadwerkelijk kon horen en nam mijzelf voor om op te passen met wat ik dacht voor het geval ik onbewust projecteerde. Ik zocht in mijn gedachten de verbinding op en voelde al snel een verandering in energie in mijn hoofd. "Hmmm oké. Als je dit kunt horen, volg mij dan." Met deze gedachten steeg ik op. Ik wist dat er in de buurt een waterval verstopt zat tussen de bomen en rotsen van het bos. Jasper volgde mijn voorbeeld en bevestigde dat hij mij inderdaad kon horen. Ik vloog zigzaggend tussen de bomen door tot ik de waterval gevonden had. Toen ik deze zag probeerde ik opnieuw te landen. Helaas de inschatting tot landen minder goed dan de vorige keer. Ik raakte de grond te hard en rolde in mijn menselijke vorm volop tegen een rots aan. “auw” zei ik terwijl ik over mijn hoofd wreef. Jasper veranderde terug en rende naar me toe. “Is alles oké?” Hij keek in mijn ogen en even wist ik niets te zeggen. Hij ging bezorgd naar achter zitten. Ik kwam snel overeind. “Jaja het gaat wel, auw.” Hij lachte en trok mij zachtjes omlaag naar de grond. “Ik had je moeten waarschuwen voor het landen sorry.” Hij kwam naast me zitten met zijn rug richting de waterval. Ik keek hem aan en lachte mee om mijn stommiteit. “Het is oké, ik moet het toch leren.” Zijn lach maakte snel plaats voor bezorgdheid. "Alyssa, je hoofd bloed.” Ik voelde aan mijn voorhoofd en voelde hoe mijn vingers warm en vochtig werden. “Laat mij eens kijken.” Hij schoof dichterbij en raakte mijn hoofd aan. Ik voelde vlinders in mijn buik doordat hij opeens zo dichtbij was. Wat was dat toch. Vervolgens keek hij in mijn ogen. Zijn gezicht was 5 centimeter van de mijne verwijderd. Hij trok een grimas en verbrak de afstand. Hij kuste me. Verbaast kust ik hem terug. Hij trok zich terug en nu kwam ik naar voren en kuste hem weer. Ik wilde niet stoppen. Dit was het enige moment dat ik mij goed voelde. Geliefd. Rustig. Tot hij zich weer terug trok en schaamte weer de overhand nam. “Sorry dat had ik niet moeten doen.” Zei hij met nog steeds een grimas op zijn gezicht. Ik schoof naast hem en legde mijn hoofd op zijn schouder. “Het is oke” zei ik. Niet in staat om meer te zeggen dan dat. Ik bleef vooruit staren naar het stromende water van de waterval. Na een minuut sloeg hij een arm om mijn schouders heen en drukte hij mij dichter tegen zich aan. Een uur ging voorbij voor hij weer sprak. “Ik denk dat ik straks naar een basis ga van de darkbreathers. We moeten weten tot wat ze in staat zijn, wat hun plan is en het belangrijkste hun zwakke plek." Het duurde even voordat het doordrong wat hij zei.  “Mag ik mee? Ik moet weten waar tegen we vechten als het zover is en ik kan je hel..” hij stak een hand op en onderbrak mij “Nee. Ik kan niet toestaan dat je door mij in gevaar komt. Dat zou egoïstisch zijn en onverantwoordelijk.” Hij liet zijn arm zakken en streek met de zijkant langs mijn wang. “En daarnaast heb ik je nodig als ik terug kom.” Terwijl hij dit zij stond hij op en stak hij een hand uit om mij overeind te helpen. De zon begon onder te gaan. “Ik denk dat we terug moeten, het word donker.” Hij knikte en veranderde in een wolf. Mijn lievelingsdier dacht ik glimlachend. Ik bleef kijken hoe hij veranderde en probeerde dit toen na te doen. Het lukte prima maar het duurde even voordat ik compleet veranderd was. Ik probeerde mijn nieuwe poten uit en begon te rennen. De wereld zag er opnieuw heel anders uit. Kleuren en geuren waren anders en verderop hoorde ik een groep herten bewegen. Jasper haalde mij in en rende voor me uit. In gedachten zei hij: “Probeer mij nu maar eens in te halen.” Die uitdaging nam ik aan. Ik nam een grote sprong en veranderde in de lucht in een cheeta. Mijn poten raakten nauwelijks de grond en ik begon al te sprinten. Ik haalde hem in en stopte net bij de bosrand. Er was iets mis. Het bos was hier te stil. Geen geluiden van vogels of krekels. Niks. Ik keek naar Jasper en weer terug naar de blokhut waar mijn moeder en ik overnachtten. Ik voelde een koude luchtstroom langs ons optrekken en zag een schaduw boven een lichaam staan. Ik veranderde terug naar mijn menselijke vorm en rende naar het tafereel toe. Het was mijn moeder. Er stak een mes uit haar borst die de darkbreather net uit trok. Hij zag mij, glimlachte met zijn misvormde hoofd en liep achterwaarts weg. Ik maakte een energiebal en gooide het naar de darkbreather maar die verdween net voor de bal zijn doelwit raakte. Ik viel op mijn knieën naast mijn moeder. Tranen rolden over mijn wangen. “NEEE laat me niet alleen. Alsjeblieft hou vol. Mama alsjeblieft...” Ze pakte mijn hand vast en liet er een briefje inglijden. Ze opende haar mond om nog iets te zeggen maar de woorden verlieten haar mond niet. Vervolgens rolde haar ogen weg en ademde ze haar laatste adem uit. Ik schreeuwde het uit en schudde mijn moeders lichaam door elkaar. Jasper pakte mijn schouders en hield mij vast. Met trillende handen opende ik het briefje. Ik las de zinnen op het papier zachtjes voor. “Lieve Alyssa, mijn prachtige schat. Als je dit leest dan heb ik het niet overleefd. Weet dat ik erg trots op je ben. Jij was het licht in mijn leven toen je vader dat niet kon zijn. Het spijt me dat ik al die jaren niks gezegd heb. Ik wou doen wat goed was en in mijn ogen was dat jou een goede jeugd geven. Zo lang het maar mogelijk was. Lieverd ze hebben je nodig. Ook al weten ze dat zelf nog niet. Doe je best en red al deze mensen. Ik weet dat je het kan. Met of zonder mij. Blijf sterk liefje. Hierbij geef ik je mijn armband. Deze heb ik nog van mijn oma gekregen. Hij zou staan voor kracht en vrede. Ik hoop dat dit je helpt als ik dat niet meer kan. Ik hou van je meisje. Onthoud dat goed. Liefs mams.” Ik begon te huilden en stopte het briefje in mijn zak. Jasper sloeg zijn armen om me heen en hield me stevig vast. Hij pakte de armband en deed hem bij mij om. Het duurde de hele avond voordat ik weer enigszins rustig was. Uiteindelijk viel ik in slaap in Jaspers armen.   
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD