De zon begon langzaam op te komen toen ik de bosrand bereikte. Moe van het lopen besloot ik even zitten op een heuveltje dat uitkeek over weilanden en kleine dorpjes. Ik ging op het zachte gras liggen en sloot mijn ogen. Toen ik merkte dat ik weg begon te zakken ging ik weer rechtop zitten. De lichtjes waren er nog steeds maar begonnen al minder fel te worden. Zou het nog ver zijn? De lucht was roze en oranje gekleurd en zorgde samen met de dunne wolken een prachtig plaatje. Ik wou dat ik kon blijven zitten. Na het gesprek met de engel heb ik veel nagedacht. Wat als ik inderdaad een half engel was? Wat zou dat inhouden? Welke gave zou ik kunnen ontwikkelen? Wat zou er veranderen en nog het belangrijkste, wat zou ik moeten doen om de engelen en onszelf te beschermen. Ik heb nooit iets bijzonders gemerkt bij mezelf. Dus hoe zou ik zomaar kunnen helpen? Waarom overkomt dit mij nou weer? Ik stond met moeite op. Mijn enkel deed na al dat lopen steeds meer pijn. Ik keek naar mijn kleren. Overal zaten moddervlekken en krassen. Ik zuchtte. Ik moest doorlopen voor de lichtjes volledig verdwenen. Voorzichtig liep ik de heuvel af. Ik stapte op een bemost stukje gras waardoor ik iets weg zakte en voorover viel. Ik duwde mezelf omhoog en begon weer te lopen. Ik begon in de verte al huizen te zien dus ik zou nu in de buurt zijn. De lichtjes liepen dwars door het dorpje heen. Eenmaal van de heuvel af begon ik ondanks de pijn sneller te lopen. De lichtjes schenen nog maar vaag. Misschien konden ze niet tegen zonlicht. Toen ik door het dorp heen liep merkt ik iets. Het was stil. Te stil. Er liepen maar 3 mensen buiten. Ze liepen door de lichtjes heen alsof ze er niet waren. Kon ik ze alleen zien? Verder leken veel huizen leeg en stil. Ik begon een somber gevoel te krijgen bij het dorp. Wat zou er hier gebeurd zijn dat alle mensen hier wegtrokken? Een vrouw bij een fruitkraam keek me aan en liep naar me toe. “Hallo meisje, jij bent vast nieuw hier? Ik ken iedereen hier en jou gezicht heb ik nog niet gezien.” Ik knikte en keek snel naar de lichtjes en weer terug. Ze kon ze dus echt niet zien. “Ik ben Anne. Ik ben de eigenaar van de bibliotheek hier op de hoek. Hou je van boeken lezen?” Ik knikte weer. “Ik ben Alyssa, ik weet niet of ik hier lang blijf maar ik ben op zoek naar mijn moeder. Als ik straks tijd over heb dan zou ik graag langskomen.” De vrouw lachte. “Dan zal ik je niet langer ophouden Alyssa. Leuk je te ontmoeten.” Ik keek haar glimlachend aan en gaf haar een hand. “Dank u voor uw aanbod en ik vind het ook leuk u te ontmoeten. Ze draaide zich om , zwaaide en liep terug naar een fruitkraam waar ze verschillende soorten appels verzamelde. Het verbaasde mij enigzins dat ze geen opmerking maakte over mijn staat. Als in vieze kleren en overal kleine verwondingen. Ik keek weer naar de lichtjes en liep verder. De lichtjes leidde me de hoek om en ik bleef staan voor de bibliotheek. Er stond een bordje bij: Gerenoveerd na demonenaanval van 1990. Naast het gebouw stond een standbeeld met de tekst: Wij herinneren de gevallen engelen en mensen die zich in hebben gezet in de strijd van 1990. Er was dus een reden dat ik hier naar toe werd gestuurd. Misschien waren hier inderdaad meer antwoorden. Ik twijfelde of ik naar binnen moest gaan maar ik wist dat mijn moeder nu een prioriteit was. Ik zou hier nog wel terug komen. Vervolgens draaide ik me om en liep ik verder. Onderweg zwaaide mensen en kwamen ze zichzelf voorstellen. Het leek erop dat de aanval de mensen dichter tot elkaar had gedreven. Ik vroeg me af of mijn moeder hier naar toe was gebracht en begon sneller te lopen. De lichtjes waren nu slechts een vage schim maar ik moest nu ondertussen in de buurt zijn. De dwaallichtjes hielden op bij een huis. Het was klein en kleurrijk. Het dak was rood en de muur crème kleurig. De vensterbanken waren blauw met groene versiering. Het zag er een beetje verlaten uit net als alle andere huizen. Zenuwachtig klopte ik op de deur. Het duurde even voordat ik iets hoorde en ik zette een stap naar achter voor het geval een vreemde open zou doen. Mijn moeder deed gelukkig open en ik slaakte een zucht van geluk. Ze zag er net zo moe uit als ik me voelde. Ze had wallen onder haar ogen en haar haar stond alle kanten op. Toen ze me zag vloog ze me om mijn hals en begon ze te huilen. Ik liet haar na twee minuten los en keek haar aan. “Sorry mam, ik had niet moeten weglopen. Ik had niet zo ver en zo lang willen lopen. Ik wilde 5 minuutjes alleen zijn.” Ze keek me aan niet wetende hoe ze moest reageren. In plaats daarvan gaf ze me weer een snelle knuffel en trok ze mij mee naar binnen. “Wat vind je van het huis? Zou je hier kunnen wonen? Het is hier drukker dan ik gewend ben maar dit was de enige plek waar we snel in konden en op een afstand dicht bij je school. Ik dacht dat je dat wel fijn zou vinden. Caitlin bracht me hier naar toe en smeekte de engelen om je te vinden. Stel je haar reactie eens voor toen er daadwerkelijk een engel in zicht kwam. Ze viel haast flauw haha. Een engel van ongeveer jou leeftijd vertelde me dat je oké was en dat ze je gevonden hadden. Ze zeiden dat je hier snel zou zijn en dat ze je zouden begeleiden.” Ik keek rond en ging zitten op de blauwe stoffen bank. Ik wist niet hoe ik moest reageren en hield mijn mond. “Denk er maar over na of loop een rondje om het huis dan ga ik even thee zetten.” Ik keek nog eens rond en vroeg mij af of ik hier ooit zou kunnen wonen. Vervolgens stond ik op en bekeek het huis van top tot teen. Het was kleurrijk maar leuk. Het had wel iets. Al kon het natuurlijk ons oude huis niet vervangen. Toen mijn moeder terug kwam uit de keuken was het volledig licht. Ik staarde uit het raam en zag een haas rondhuppelen in de voortuin. Ze ging rustig naast me zitten en gaf me een kopje aardbeienthee. Zwijgend blies ze in haar theekopje en nam ze een slok. Vervolgens draaide ze zich naar mij om en keek ze me aan. Ze vroeg niks maar ik wist dat ze vragen had. Ik denk dat ze wachtte totdat ik uit mezelf mijn kant van het verhaal zou vertellen. Ik draaide me na haar toe en vertelde wat er een dag eerder allemaal gebeurd was. De darkbreather die mij aanviel, het gesprek met mijn plotselinge beschermengel, het rennen in het bos na de ruzie, de dwaallichtjes en het laatste gesprek met de engel. Ondanks haar vragen wachtte ze geduldig tot ik klaar was met mijn verhaal. Ik eindigde met: “Ik wil gewoon weten wie ik ben en wat er aan de hand is. Ik ben bang dat iedereen iets van mijn verwacht wat ik niet kan of ben. Alsjeblieft vertel mij wat er aan de hand is. Ik moet het weten.” Het bleef een tijdje stil en ik gaf de hoop op. Ze zou toch niks vertellen anders had ze dat al lang gedaan toch? Tot mijn verbazing knikte mijn moeder. “Het is tijd dat je het echte verhaal weet. Weet dat wat er ook gebeurd en wat er ook veranderd ik er voor je zal zijn. We hebben elkaar nodig Alyssa. Het is tijd.” Verbaasd keek ik haar aan. Dit was niet het antwoord dat ik had verwacht. “ Dank u moeder.” Zei ik terwijl ik mijn kopje neerzette en anders ging zitten. Ze keek me strak aan en begon te vertellen. “Dit verhaal kan en gaat je leven veranderen Alyssa. Uiteindelijk moet je zelf besluiten wat je met deze informatie gaat doen. Wat je ook kiest weet dat ik achter je sta.