Dwaallichtjes

1072 Words
Ik wist niet precies hoe laat het was of wat mijn locatie was maar ik stopte pas met rennen toen de zon onderging. Ik keek om me heen niet en pakte mijn telefoon in de hoop de navigatie aan te kunnen zetten. “Urgh nog 4 procent, daar heb ik veel aan.”  Ik liep langzaam verder terwijl ik mijn telefoon terug in mijn broekzak stopte. Ik kon de laatste procenten beter gebruiken bij nood. Blijkbaar had mijn moeder vaak gebeld sinds ik wegrende uit de auto. Het was stom om zomaar weg te gaan. Nu wist ik niet eens waar ik was. Even overwoog ik Jasper op te roepen maar ik wist niet zeker of hij zomaar zou komen. Daarnaast zei hij zelf dat hij druk was en dit is geen noodgeval. Ik wilde omkeren om het pad te zoeken tot ik even verderop een hert zag staan. Het dier keek op maar ging al snel verder met het eten van gras. Ik liep voorzichtig op het dier af en strekte mijn arm om mijn bedoelingen door te geven. Het dier leek pijn te hebben. Toen ik beter keek zag ik vers en opgedroogd bloed op zijn linker voorpoot. Het hert twijfelde en tilde zijn poot op om weg te rennen. Goed bedoeld rende ik er vervolgens achteraan. Na een tijdje zag ik het dier niet meer en werd ik op het feit gedrukt dat ik nog dieper het bos in gerend was. Ondanks de verwonding was het dier toch sneller dan het leek. Het was volledig donker geworden en ik voelde een koud briesje langs mijn blote armen strijken. Een vest was nu fijn geweest. De bomen zagen er in het donker angstaanjagend uit en in de verte kraste een uil. Ik keek naar links en zag iets wat op een vuurvliegje leek. Het licht zoemde en werd groter na mate ik er dichter bij kwam. Het werd een bol van licht dat leek te zweven in de lucht. Zijn lichte blauwe kleur verlichte een pad. Een pad dat ik zelf nog niet eerder gezien had. Ik liep als gehypnotiseerd naar het lichtje toe. Ik strekte mijn arm en raakte het licht aan. Net toen de warmte mijn hand raakte verdween het lichtje. Ik schrok en bleef verbaasd achter in het donker. Ik keek om me heen en zag verder op het pad weer een lichtje verschijnen. Ik liep ernaar toe en ook weer verdween het lichtje. Zo ging het een hele tijd door tot ik op een klein maar open grasveldje kwam. Het laatste lichtje verdween ook en het was nu compleet donker. Ik liep naar het midden van het veld in de hoop me te kunnen oriënteren. Was ik hier eerder geweest? Het leek enigszins bekend? Een zwak knipperlichtje verscheen. Eerst dacht ik dat het weer een dwaallichtje was en ik liep er automatisch weer heen maar dit lichtje was anders. Voelde anders. Het licht werd steeds feller en langer totdat er een engel verscheen met gespreide vleugels. Geschokt keek ik hem aan. “Alyssa?” zei de engel. Uit angst dat mijn stem over zou slaan knikte ik alleen maar. “Ben je alleen?” Weer knikte ik. “Mooi, luister goed. Een van mijn engelen zei dat je hierheen zou rennen. Het was niet goed van je moeder om je in het duister te laten betreft deze situatie. Zeker niet nu de kans groot is dat jij de uitverkorene bent.” Ik keek hem aan en het eerste wat ik dacht was dat hij gek was. Net als Jasper. “Ik?” Hij knikte. “Ja jij, het is raar dat we onze lot in de handen moeten leggen van een half engel maar volgens de verhalen kan alleen jij de darkbreathers stoppen”. “Half engel?” Zei ik sarcastisch en ik lachte kort. U heeft vast de verkeerde voor u, ik ben gewoon een mens. Normaal en simpel. Ik weet niks van die darkdinges en kan u ook niet helpen”. Ik wilde me om draaien om weg te lopen maar iets hield me tegen. Ik draaide me terug. Ik wist dat dit de enige kans zou zijn om de antwoorden te krijgen die ik zocht. “Waarom denkt u dat ik degene ben die u kan helpen?” De engel keek serieus. “Omdat jij de enige half engel bent waarvan wij het bestaan weten. Volgens de legende zou een half engel samen met een normale engel de balans kunnen herstellen en ons kunnen redden.” “Hoe zou ik dan kunnen helpen? Ik weet dat meerdere mensen denken dat ik iets ben waarvan ik niet van overtuigd ben. Zo was er al die darkdinges die me neer wilde steken.” zei ik rustig. “Dat is het probleem, als de darkbreathers weten wie je bent dan ben je in een groter gevaar dan wij denken. Ik denk dat hij je probeerde uit te lokken om te zien of je mens of engel was. Hoe jij ons zou kunnen helpen weten we niet maar ik weet wel dat we je moeten beschermen. Sommige zeggen dat de half engel bijzondere krachten bezit die zich zullen openbaren wanneer de tijd daar is. Terwijl andere beweren dat de half engel zich goed kan aanpassen en alle bijzondere dingen snel kan leren. Als jij die persoon bent dan merken we het vanzelf. Misschien zouden we een test kunnen doen als je wilt?” Zei de engel nadenkend. Ik dacht na. “Hoe kan ik de persoon zijn die je zoekt terwijl ik gewoon een mens ben. Ik kan niks bijzonders. Ja mijn vader was dan een engel maar ik kan nog niet eens een deksel van een potje afdraaien. Ik wil best mee doen met de test maar ik ben bang dat het alleen maar tijdverspilling is.” Hij lachte. “Waarschijnlijk ben je er nog niet klaar voor maar wij zullen je helpen. Je moet nu gaan, het word laat. Volg de lichtjes. Ze zullen je naar je moeder brengen. Ze is erg ongerust. Ik zal je snel weer zien dus maak je maar geen zorgen.” De engel draaide zich om en kreeg een witte gloed over zich heen. Het licht werd feller en de engel verdween. Eerst bleef ik een tijdje staan en knipperend met mijn ogen. Was dit echt of droomde ik? Alweer? Ik verklaarde mezelf net als gek toen de lichtjes een voor een weer verschenen. Ik voelde me verward en moe maar toch liep ik verder. Niet wetende waar ik uit zou komen. Maar vertrouwend op mijn instinct.
Free reading for new users
Scan code to download app
Facebookexpand_more
  • author-avatar
    Writer
  • chap_listContents
  • likeADD